Kurume.
I
434 DE BESCHRYVING
en trokken onder andere door deze vol-gende plaatsen, de Burgt Kurojakkï , dedorpen Ujenosar , Koosaks Kujanojje , Na-gal ta, Katafijima, cn ccnigc andere. TeItzka namen wy verflchepaarden ,’twelkde derde reys was dat wy die van dezendag verwiflèlden , en toen trekkende doorde dorpen Tentamatz ,. ende Nagawa ,quamen wy laat in den nacht met flam-bouwen aan den Burgt Utfyno, daar wysliepen.
Op den negentienden van Bloeymaaod,gingen wy weder voort met flambouwen5 s morgens ten vyf uuren, en wierden inCangos gedragen over de gebergtens totaan het dorp Jammaije , daar wy omtrenteen half uur bleeven, om verflche paar-den te nemen, de welke wy daar na wederte Maatzkaffua verwiflelden. Van hierloopt de weg naar den grooten TempelFikosan , die tien mylen aflegt. Wyontmoeteden naby dien Tempel , tweefluksche sterke gasten met geschoorehoofden, en de zabels op hunne gordels,op hunne, rug dragende haare nachtklee-deren. Men zeide ons dat zy Jammaboswaren,zy wierden gevolgtdoor eenen tepaard, die van het zelve soort geleek.Toen quamen wy aan Kurume een groo-te Stad van omtrent 2000 huysen. DeStad inkomende vonden wy de wacht inde wapenen, beide zyden van de straateen eind weegs van het wachthuys be-zettende. Zo ras als wy aan dezelvequamen stelden zich twee der Zoldatenvoor aan het front, en twee andere aande achterhoede van onzen treyn, om onste verzeilen in onze doortocht door deStad. De straaten waren voor ons ge-schrokt , en daar was niet het minste ge-drang van rnenichcn, houdende deze zichin de achter vertrekken van hunne huy-ièn, van waar zy ons zagen verby trekkenknielende en in zodanige stilte, dat menniet het minste gerucht hoorde. W y ree-,den verby de plaats daar de Staatsbevelenen plakaaten worden aangeplakt, nietver van de gracht van het Kasteel, al-waar wy een nieuw plakaat nieuwelyksafgekondigt zagen , en twintig SbuitsZilver aan de post gespykert ( op de \vy-ze als vertoont word in de 32. plaat de 7.fig.) om als een belooning gegeven teworden aan ymand, die ontdekken konde medeplichtigen aan een moort, on-langs bedreven aan een Hond. Menigarm menfeh was in dit Land streng ge-straft geworden onder de regeering vanden tegenwoordigen Keyzer, en wel terzaake der Honden. Van Kurume qua-men wy aan het Dorp Ofymamatz. Vandit Dorp loopt een weg naar den vermaar-
EN GESCHIEDENIS
den Berg Ufen , aan welkers voet na dekant van Nagasaki een beroemd heetBadt,Obamma genoemt , is. Ik heb reeds eenverhaal van dezen Berg gedaan in hetachtste Hoofdstuk van het Eerste Boek,op de 7y. en volgende bladzyden, waarheen ik den Lezer wyze. Van Ojyma-matz quamen wy aan het dorp Ja -komijomatz , en van daar aan het DorpJakame , daar het gebied van den Prinsvan Kurume eindigt, en de Heeren doorhem gezonden om ons te verzeilen , af-scheid van ons namen. Van daar qua-men wy kort daar na aan de Voorstedenvan Janagava, en gingen in een Herbergaan deze zyde van de brug, nadien onzeTolken voorgaven, dat het in dit Landgebruykelyk was, dat wanneer men vanhet Hof te rug quam, niet weder in dezelve Herberg te gaan , in welke menwas geweest in de heenreys. Dezen dagzagen wy de boeren radyszaadt in hetveld droogen, en daar na dorflehen. Le-nige menfehen waren ook bezig met hetplukken van Tfia of Theebladen, het welkzy zo schoon deeden , dat 'er niets aan.de struylc bleef dan de bloote steelen. Zysorteeren de bladen in korfjens onderhet afplukken. Eenige boeren begonnenreeds ryst te zaayen, welk werk wy opeene andere plaats gezegt hebben dat doorde vrouwen geschiedt. Zy bouwen develden als ze onder water leggen , en be-ploegen ze dan met oflèn, die iets klein-der zyn dan die waar van zy zich bedie-nen in karren, waar na zy de kluytenmet houweclen aan stukken slaan. Eeni-ge uuren na het avond eeten voeren wyte water in drie schuyten van Janagava.Toen Wy beneden aan de rivier waren,konden de Schuytevoerders niet verderkomen voor den volgenden morgen, omdat de Opperbevelhebber strikte bevelenhad, op straf des doods, om zorg tedragen dat wy de golf met veyligheidmochten overvaaren.
Op den twintigsten Mey wierden wygezet over de Golf van Arima,e n quameneerst tot Takasaki , en toen tot IJafaja.
Op den eenentwintigsten , met hetaanbreeken van den dag, reeden wy uytvan IJafaja , en reyzende over de DorpenKamt Jaki en Kega , en over de rivierKusnogava , quamen wy omtrent ’s mor-gens ten negen uuren aan de Burgt Ja-S amt , aten daar, en bereyden ons zelftot onze intrede binnen Nagasaki. Wyontmoeteden hier eenige onzer vriendene n dienaaren, die ons quamen verwelko-men. Deze plaats word gerekent viermylen van IJafaja en drie van Nagasaki.De eerste vier mylen rekent men even