VAN J A P A N. V.
gaans waren zyallein haare Satonçk diepepeynsing. In dezelve plaats stond eenvreeilèl yke groote ketel, welke men eer-tydsgebruylcthad in een groote hongers-noodt, wanneer de Overste van ’t kloo-ster zelf ging beedelen om aalmoeflên *opte haaien tot verlichting der armen, enterzelver tyd daar by komende een zeergroot gebrek aan hout, brak hy een derTempels af, om zich van dit hout te be-dienen in het kooken van de ryst in dezegroote ketel. Wy gingen eemge anderelangs , en onder andere een Gruw; Tem-pel, en quamen zo aan.
8. Den Tempel van Kiomids of Sefusi,die gebouwt is op den top van een hoogesteylte. Men komt daar door een langelaan en over verschelde trappen. Aan delinkerhand als men inkomt, stonden zesD/ifo beelden, yder met een bekken metwater voor zich, gelyk gebruykelyk isin haare begraafplaatsen , en een SkimmiTak leggende by het bekken , welkenyder een die intrad, in het water doop-te, om de Afgoden mede te wasschen.In dezen Tempel die vierkant en toege-floten was, worden de beelteniilèn hun-ner voorouderen bewaart. Naast dezel-ve stond een steene Quanwon beeld, hetwelk aan weerkanten wierd aangebe-den.
Op den Eersten July gingen wy deBarken van de Maatfchappy onderzoe-ken , wanneer de oudste en de onher-stelbaarste afgekeurt wierden. Vandaarvoeren wy naar een nabygelcgen EylandMangome , om een Tempel van Sedtohuste zien , van waar wy te voet te rugkeerden. Onderweegs wierden wy'ge-leydtin een Tempel van Fokkeftu , alwaar ,de Munniken ons met eene ongemeenebeleefdheid ontfingen, en ons de aller-geheimste plaatsen toonden, zich over onsen onze dingen verwonderende, en uyt-nemend wel in hun schik zynde over de !Eere van ons bezoek. De vlaggen envaandels die in haare Tempels en Kapellenopgehangen waren, als tekenen vanblydfchap en overwinning, zyn niet on-gelyk die, welke door de Rooms Katho-lyken in haare omgangen worden omge-dragen, en zyn gemaakt uyt de koste-lykste en raarste stoflèn, zeer na van hetzelve maaksel als de Cajemans naby deTempels tot Stam. Van hier wierdenwy begeleydt naar een bygelege ChinescheFakafii Tempel, dewelke wy het jaartevooren hadden gezien. Ten drie uu-ren des namiddags quamen wy wedert’huys.
Op den vyf on twintigsten July wier-pen de Smokkelaars, diebedektelykgoe-
Boek. XV. Hoofdst. 43y
deren van de Chineelèn gekocht haddenter dood gebracht. Het lyk van eenhunner wachters díe zich in den buykgestoken had, en vaneen ander, die zichook omhals gebracht had wierden op hetkruys gehangen. Twee Wierden teMangome , de gewoonlyke gerechtsplaats,onthalst, en acht andere, die niet wildenbekennen, naari de Eylanden Gotbo geban-nen , en onder het opzicht van een ster-ke wacht, gebonden, derwaards gezon-den.
Op den dertigsten van Hooymaandquamen zeven barken van den Prins vanSatzuma in deze haven , en brachten tweePataneefen gevangenen , die door eenstorm gesmeten waren op de Riuku Ey-landen, en van daar overgebracht, naarSatzuma. Op staande voet wierden zyvoor de Gouverneurs gebracht, om on-dervraagt te worden over haare Taal enplaats van waar zy quamen. Beide schee-nen zy zeer bedaarde zalige jonge Lieden,de een omtrent van dertig en de anderevan vyfen twintig jaaren • volgens haarebelydenis, zo als zy 't door tekenen tekennen gaven. Zy vertoonden de groot-teen de gelegentheid van haare Eylanden,door steenen van vericheide groottens opde aarden te leggen, en de zelve by haarenaamen te noemen Tambaku , Baba fan ,en zo voorts. De eene scheen zeer welopgevoedt, en eenige geleerdheid te be-zitten. Zy zaten op de grond voor hetPaleys, en hadden yder een wacht omop hen te pallen, op matten zittende,onderscheidingshalven. Zy waren ge-schooren op de wyze der Polakken, enhadden in yder Oor twee of drie gaten,fraayheids hal ven. Zy gebruykten hun-ne rechterhanden, gelyk wy onze rech-terhanden doen. Zy groeteden op dewyze der Astatische volkeren, klappendede handen boven het hoofd te zamen,ende aarde met hun voorhoofd aanrakende.Zy worden nu gevangen gehouden in dengemeenen Kerker. Het overbrengen vandeze twee mannen koste den Prins vanSatzuma niet minder dan tien kistengouds, wordende sommige der geley-schepen door tachtig, en. het kleinstedoor veertig matrooièn geroeyt, behal-ven de beloningen die moesten gegevenworden aan die Heeren , dewelke metdezelve uyt^chting voor den Keyzer enhunnen Prins overquamen.
In Oogstmaand quamen vier van on-ze schepen op een en den zelfdendag in de Haven, de twee laatste vanStam.
Op den eersten van Wynmaand had-den wy onze tweede Cambang of ver-lii 3 koop-