Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
458
JPEG-Download
 

458 A A N H A N G

aan steeltjens van anderhalve duym, dík,iets hayrachtig, daar ze aan de kelk ko-men , iets breeder. De bloemen wordenondersteunt door een vyfbladige kelk,of gemaakt uyt vyf bladen van een halveduym lang, met donkere purpere stree-pen, en hairachtig langs den randt. Debloemen bestaan ook uyt vyf bladeren,licht purper, na den witte hellende,met den navel van een donker rood pur-per , zeer groot, en een hand breed ofbreeder, gemaakt uyt groote ronde ge-streepte bladeren, met een sinal kortvleesschig begin, daar ze aan de steelstaan, die omtrent een duym lang is,dik, glad en zacht, bedekt met een

!ÊL V A N D E

vleeseh koleurd geelachtig poeder, gelykals in hoopjens op het zelve gelegt. Desteel eindigt in vyf knobbeltjens, bedektmet een roode dons, en rond gezet op dewyze van een bol. De bloemen duurenmaar eenen dag, en verwelken des nachts,weinig dagen daar na worden ze gevolgtdoor een vy f hoekig en vyfvakkig rolrondzaadhuysje, twee duym lang, anderhal-ve duym breed, vleesachtig, dik; hetrypt, zwart wordende, en zich openendein vyf holletjens, in welke gehoudenworden een onzeker getal (van tien totvyftien in yder) donker bruyne ruuwezaaden, kleiner dan peperkorrels , ietssaamengedrukt, en lichtelyk áfvallende.

FUTO KADSURA, o/SANEKADSURA, by andere genosmtOREN! KADSURA, van wegen dejselfs krachten engebruyken.

Frutex vifcosus procumhens folio Telepbii vulgaris œmnlo , fruBit racemofi,

(Tab. XLII.)

D it is een klein heester , met veeletakken, ongeschiktelyk verspreydt,omtrent van de dikte eens vingers, ver-deelt in telgen zonder eenige order, ruuw,knoestachtig , gaapend en geel. Dezeftruyk is bekleedt met een dikke vlee-sebige, lymachtige schorfè, zaamgestelduyt weinige dunne vezelen langs wyzeuytgestrekt. Zeer weinige van dezebast geknaauwt vervult de mond meteenilymachtige stof. Aan kleine, rootach-tige purpere steeltjens staan enkele dikkebladeren, zonder eenige order, zynde nietongelyk de bladen van de Telephiam vul'gare , van een naauw begintzel breederwordende, en eindigende in een punt,zynde twee,drie, en vier duymen lang,int midden een duym breedt, of bree-der, iets hard doch vet, somtyds achterover gebogen,en gelobt, glad, en vaneen licht groene koleur, met weinigeicherpe steekels of tanden rondom deranden, meteen dunne middel zenuw,en met weinige zeer kleine, naauwlykszichtbare dwarssche ribbens van dunne

groene steeltjens. A nderhalve duym lang,hangt de vrucht, zynde een bos of trosbestaande uyt veele (somtyds dertig ofveertig) bezien , gezet aan een rond lic-haam als aan een grondstuk. Deze be-ziën zynvolkomentlyk gelyk de beziën,van druyven, in den winter wanneerze rypen purper wordende, en hebbendeeen dik zap byna geheel zonder smaak,binnen een dun vhes. Binnen yder be-zie leggen twee korrels of zaaden , inFatsoen gelykende na nieren , iets inge-drukt daar zy aan een komen, omtrentvan de grootte van gemeenedruyf korrels,bedekt met een dun graauwachtig vlies,Van binnen een harde witachtige stofiè,zeer scherp , rans, en onaangenaam vansmaak. De beziën zitten om een rond-achtig af eyrond lichaam, van een zeerwitte, vleeschige , sponsachtige , lachtestostè, omtrent een duym in' de midden-streep,niet ongelyk een groote aardbëzi,roodachtig en gestreept gelyk een net,bly vende de tekenen der beziën over tuf-schen de tusi'chenruymtens.

III.