Buch 
De beschryving van Japan : behelsende een verhaal van den ouden en tegenwoordigen Staat en Regeering van dat Ryk, van deszelfs tempels, paleysen, kasteelen en andere gebouwen; van deszelfs metalen, mineralen, boomen, planten, dieren, vogelen en visschen. Van de Tydrekening, en Opvolging van de Geestelyke en Wereldlyke Keyzers. Van de oorfpronkelyke afstamming, Godsdiensten, gewoonten en handwerkselen der inboorlingen, en van hunnen koophandel met de Nederlanders en de Chineesen. Benevens eene beschryving van het Koningryk Siam / In 't Hoogduytsch beschreven door Engelbert Kæmpfer, ... ; in het Engelsch overgezet, door J.G. Scheuchzer ... ; Voorzien met kunstige kopere platen, onder het opzicht van den ridder Hans Sloane uytgegeven
Seite
473
JPEG-Download
 

HISTORIE V

loochenen een pangì y k , dat zy ooit ietsdiergelyks, a!s byënkorven gevondenhebben, ldeevende aan de klippen onderwater, welke de Heer Denys meent, datnu' en dan worden afgetrokken, door dewoede der baaren. De Natuur is te zorg-vuldig in de behoudenis van haarevoort-brengiels, om de byën niet te leeren,door een ingegeven aardt om de kustender zee en alle plaatsen, die zoo zeer blootgestelt zyn voor storm en onweer, tevermyden.

3 Honig, waich, én Honigraat ge-mengt zynde met een vocht, vereenigenniet tot een stostè, maar' worden ontbon-den en van een gescheiden.

4. Honigraat, met haare Honig , inwelke gedeeltens der wareld ze door hetvuur worden hart en dik gemaakt, zalde zaamgestremdc stostè altyd van het zel-ve soort zyn. In tegendeel zyn er ver-icheide soorten van Amb na de ver-scheidenheid der onderaardsche Aderen,in welke ze gcgenereert wordt. En som-mige soorten zyn eige aan zekere Landschappen, in zo ver, dat verstandige er-vaarene menschen, op een naauw toezicht,in staat zullen zyn te kunnen zeggen,opwelke kusten ze gevonden is, byna opdezelve wyze, als de'ervaarene Wynlco-pers door het proeven van eenigen wynweeten, welke soort het is en waar ge-wasichen. Sommige soorten van Ambergris zyn gelyk een grof Bitumen of Asp-haltas , of zwarte gedroogde Naptha, ge-volglyk meer of min zwart en zwaar,enook na maate van een verschillende dik-te. Andere soorten zyn witter, vaneenmengsel van edeler deelcn. Deze zyn ooklichter en duurder, en dat al wederom inverscbeide trappen. Sommige andere soor-ten zyn by uytnementheid licht, en nietongelyk een paddestoel, waar uyt de ge-leerde Scaliger, m Serapion , giste dat deAmbergris wel mochte zyn een soort vande Fungus marinus , of zee Campernoeljens.

y. De verssche Ambergris , zo als zeeerst uyt zee opgeworpen word, is zacht,en gelykt zeer wel na koedrek. Op dientyd heeft z e ook eenigzins een brandigereuk, 't welk immers geenzins gelykt nochovereenkomt met een honieachtwe stof

6. Zeer dikwils vindkende, schulpen en brokken van andereonderzeefche stoffen in de Ambergrissomtyds ook deeltjens van zodanige din-gen,die lichtelyk daar aan klcevcn,wan-neer ze pas op het strand geworpen ennoch week is: Maar ik heb noo t be-hoort, dat men gemerkt heeft, dat zebyën, wafch , of honigraat inhield. DeHeer Denys , is zekerlyk bedrogen g e .j

A N J A P A N. 473

worden toen hem verhaalt wierd, dat ho*-nigraat met waich en honig (waaromook niet byën ?) gevonden zyn gewor-den in de Ambergris : En zommige latereFranfche Schryvers, die het zelve gevoe-len handhaven op bet bloote gezag vanden Heer Denys, zyn alle te zamen sohul-dig aan denzelven mistlag.

7. Zy vinden somtyds uytnemendegroote stukken Ambergris, veel grooterdan de grootste byënkorven. Om nietten exempel by te brengen die monstreu-j fe groote stukken van welke Gardas abOrta spreekt ; (A.H. 1. boek 1 Hoofd-! stuk.) kleiner, en die ik zelf gezien hebzullen my tot myn voornemen even zowel dienen. Toen ik in Japan waswierd een zeer goed stuk schone graau weAmbergris gevonden op de kusten van. Kynokuni. Het weegde meer dan hon-dert japansche Cattï’s , dat is honderd endertig ponden Neevlandsch gewigt, enveel te groot zynde om door een menichte worden gekocht, wierd het gedeelt invier deelen, kruyswyze doorsneden. Eenvan die vier deelen wierd my te koop ge-veylt,waar uyt ik lichtelyk asnemen konwaarachtig te zyn, hetgeen men my ge-zegt had van de grootte van hetgantschestuk. Maar dat stuk was noch grooter datin het jaar 1693. na dat ik Japan verla-ten had, door den Koning van Tidofiverkocht wierd aan de Neder’andscheOost Indisehe Maatschapppy voor elfduyzend Ryksdaalders. In 't volgendejaar wierd het overgezonden naar Amster-dam, daar het nu bewaart word in deRariteitkamer van de Maatfchappy. Hetweegde honderd en vyf en tachtig pondHollandfch gewigt. Het was van eengraauwachtige koleur, van een zeer goedsoort, en in maaksel en gedaante niet on-gelyk een schilpadt,van welkeliethoofden de staart afgefneden was. Het was ge-kocht onder beding, dat by aldien ont-dekt wierd , dat het eeniger maate ver-valfcht was, het geld dan zoude wederge-geven worden. De Geleerde Heer Valen-tini , Professor te Giejsen heeft het afgebeeld,in zyn Museum Mufeortm , in 't 3 boeken het 28 Hoofdstuk. ( gelyk ook Rumpb,in zyne Amboinjcbe rariteitkamer Tit. 73en 54. van wien, het schynt dat Valentinihet ontleent heeft) dezelve Schryver heeftdaar vatj ook gegeven een naauwkeurigebeschryving op de 267 en volgende blad-zyden.

§. 8. Van de vervalsching van de Am-bergris , van de tekenen van deffelfs goed-heid en deugden ben ik het volgendemachtig geworden.

De Ambergris ï s een der lichtste dingenOöo om