of Aardryh-beschryuìnge. 13
dog de Zon beweegt zig geduurig; maar deszelfs middelpunt wyktniet ver af van ’t gemeene middelpunt der zwaarheid : op ’t verftgeen Zons middellyn , '’twelk voorvalt , als alle dePlaneeten aaneene zyde van de Zon zyn.
De schrandere Keplerus onderstelde dat de Inbonden die door de Wet vanHemelsche lichaamen beschreeven worden, met de straalen uit het neiging,middelpunt van de Ster of Planeet daar zy omloopen, evenreedigzyn met de tyden die daar toe gebruikt worden r (y) ’t geen naderhand door den Ridder Newton beweezen is. (2) Laat in de tweede af- nde Af-beelding Fig. i. S de Zon zyn: ABDC de weg van een Planeet die^â-daarom loopt, als de Ínhoud SCO zoo groot is als de Ínhoud ASB,dan moet de Planeet zoo veel tyd gebruiken, om van D tot C, alsom van B tot A te loopen ; de Zon word in ’t brandpunt van ’tlang-rond gevonden, ’twelk de Aarde een Planeet of Comeet om deZon befchryft, en ’t middelpunt der Aarde of van ieder Iloofdpla-neet is ’t brandpunt van de weg of wegen der Omloopers die de zel-ve omringen.
7. De tyd in de welke de Aarde en Planeeten om de Zon loopen.
Door de Sterrekundige waarneemingen word de middelloop om Dede Zon ten opzigt van de vaste sterren gevonden als volgt , doorfoopea!de middelloop word verstaan, als de Planeet met een en de zelfdesnelte voortgaat, dit onderstaande zyn de uitkomsten, als de tyd vaneen groots meenigte omloopen , door ’t getal der omloopen ge-deeld word.
Saturnus
- 10759 :
6 : 36 ; 26
Jupiter - -
' 4332 :
12 : 20 : 25
Mars - -
686 :
23 : 27 : 30
De Aarde -
365 :
6 : 9 : 30
Venus - -
224 :
16 : 49 : 24
Mercurius -
87 :
23 : 15 : 45
(*>
8. De
B 3
(y) De Motib. Steil. Mart. Epitom. Astron.
(z) Philos. Natur. Princip. Má, pag. 375-.
(a) Keil, introduct. ad ver. Astron., pag. 439. Oxon. 1718. & pag. 469. Lugd.Bat. 1715.
( 1 ?) De Heer Halltyt om ue Tafels over deeze Planeet met de Waarneemingen
te