Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
14
JPEG-Download
 

De

afstandtusschende Zonen dePlanee-ten.

i4 Inleiding tot de algemeene Géographie ,

8 . De afstand tusschen de Zon en de Planeet en. &c.

Begeert men te weeten hoe ver dat de Planeeten zomtyds van deAarde zyn: zoo is 't noodig eerst hun afstand van de Zon te bepaa-len : door de uitvinding vari Johannes Kcplerus weetmen dat de Teer-lingen van de middelafstanden tusschen de Planeeten en de Zon inde zelfde reeden zyn als de vierkanten der tyden die ieder gebruikt,om zyn weg te loopen (V): de middelafftand is de helft van de lang-ste middellyn van de Ellips die de Planeet om de Zon loopt, als demiddelafstand tusschen de Zon en de Aarde gesteld word op 100000gelyke deelen; dan is de middelafftand tusschen de Zon en de Pla-neeten aldus:

Saturnus - 95Z806J

Jupiter - 520x16 |

Mars - - 152369 ^(<0

Venus - - 72333 1Mercurius - 38710J

Nu kan men tot nader ondervinding ieder deel stellen op 1774 Duit-se he myl, of 233 Hollandsche mylen: zoo dat als Saturnus in mid-delafftand met de Zon is, en in tegendeel met de Aarde, de Aardemeede in middelafftand ondersteld wordende , hy meer als 245millioenen Hollandsche mylen van de Aarde is ; een afstand zoo groot,dat een Lichaamt welk 600 Paryfche voeten in een fecunde tyd zon-der vertraagen voort vloog, nog meer als 225 Jaaren werk zou heb-ben om deezèn weg te volbrengen: door de Centertrekkende kragtalleen, ais de regtliniichejkragt ophield, zou Saturnus in omtrent3900 dagen uit zyn weg in de Zon vallen {es

9 . De

te doen overeenkomen , bepaald de weg in de Philos. Trans , No. 386, pag. 235en 136 aldus, de middelloop vantpunt des /Equinoctiaals, in 100 Jaaren2 teekens,14 grad., 2 min., 13 sec., daar uit is het bovenstaande getrokken verders is deaanvangtydop het begin vant Jaar 1723. Oude Styl, in Sàgittarius 19 grad.-, 9 min.,31 sec., vant punt des /Equinoctiaals ; de plaats vant Aphelium op die tyd in 'czelfde teeken, 13 grad., 3 min., 34 sec. ; de beweeging daar van 7 minuuten in 8Jaaren, met de Order der Teekenen;t vlak van de Planeetsweg onbeweegctykonder de vaste Sterren -, de klimmende knoop ty grad,, 41 min. van de eerste Stervan Aries; de helling van de Kring 6 grad., f9 min., 20 sec. ; de grootste /Equatiedie door de Uitmiddeïpuntigheid veroorzaakt word, 23 grad!, 42 min., 37 sec.

( c) Kepler, Epitom. Aston. , Lib. 4, pag. 501. Franks. 1635.

(d) Newton, Philos. Nat. Princ. Math., pag. 361, Amsc. 1714.

' (e) Wbifton, Prselect. Phys. Mach., pag. 149, Cant. 1710.