of Aardryh-beschryu'mge. i >
Smaal meer als de toeneemende Zwaarheid in de Oppervlakte vande Maan ; de Densiteit van de Maan is tot de Densiteit van de Aardena genoeg als 21 tegen 17 : om dat de Maans middelyn na genoegtot de Aardkloots middelyn is als 20 tegen 73 , zoo volgt, dat deAarde ruim zymaal meer stof in zig begtypt als dé Maan (0).
Als men de Maan met groote Verrekykers beschouwd, dan wordmen veel plekken, ook diepe groeven en putten daar in gewaar .'à»,door een Verrekyker van omtrent 107 voeten, Rynlandsche maat,vertoonde zig aan Mr. Blanchini een gedeelte van de Maan, als teZien is in de Ilde Afbeelding, Fig. 7 ; de Waarneeming is in ’tnieAf-Jaar 1727, den 2 r sien September gedaan. Joanms Hevelius heestvan dag tot dag al de plekken van dezelve afgetekend, en die ook' g-7 ‘als een Landkaart vertoond , met de benaamingen van de LandenenZeën, als op de Aarde (f)\ dogin’t gemeen geeft men aan deVlekken de naamen van de voornaamste Sterrekundige en Wys-geeren : door een Verrekyker van 26 voeten,, heb ik, in ’t middenvan eenige putten of kuilen , een zoort van berg of koepeltje ge-zien; de schaduw in de putten, en de toppen van de verligte bergen en hoogtens, in ’t duistere deel van de Maan, zag ik nog veelduidelyker door een reflecteerende Newtoniaanfche Verrekyker van7 voeten, gemaakt door George Hearne.
In de Maan zyn ongemeene hooge Bergen ; het Appeninfch ? er |^ BGebergte aldaar, fchynt omtrent van de zelfde hoogte te zyn Maan.
als de Piek van Canarien op <3e Aarde ; de uitreekening der
hoogte van ’t gemelde Maan-gebergte, (daar men de uitkomstvan vind in de Verhandeling van de Maans Dampkring (^),) is ge-grondvest op de lengte van ’t verligte deel des Bergs, op ’t laatstequartier in het duistere deel van de Maan, dat ik neem op r | deelenvan de Maans middelyn , ’t welk is tuflchen deel, zoo als Heve-lius ’t Zelve begroot (r), en deel, zoo als ik uit zyn Figuur hebafgemeeten (V). Le Heer Desaguliers meent, dat ’er verfcheideBergen in de Maan zyn, die de hoogte van vier Engelsche myienhebben (t\
D Men
(0) Newton Philos. Natural. Princip. Mathero., pa§. 430, Amst. 1714.
(p) Joan. Hevel Selenog., pag. 227, (q) Pag. 71.
(r) Joan. Hevel Selenog., pag. z66. {s) Idem, pag. 166.
(t) Korte ínhoud van de Phiiotophische Lessen, pag. 64, Amst. 1731.