Van
Africa.
4 6 Inleiding tot de algemeene Géographie }die in verscheide Kaarten de Ladrones genoemt worden, behoorenonder de Spaansche. De Nederlandsche Oostindische Compagnieheest, op ’t Eiland Java, de Stad Batavia , daar de GouverneurGeneraal van Neêrlands Indien zyn verblyf houd : op dit zelfdeEiland is de Soesoéhoenan , of de Keizer van Java , ’t welk eenredelyk magtig Vorst is; ook heeft men daar de Korting van Ban-tem : op Sumatra is ’t bekendste Koningryk, Achem; . op ’c EilandBornéo zyn die van Bornéo en Benjemiaien ; op ’t Eiland Celebesis bekend, de Koning van Macaiïar, die in Zyn Hoofdplaats, Ma-caifer, even als die van Bantem, een Vesting heeft, die met Zol-daaten bezet is, dewelke in dienst van de gemelde Compagnie zyn:de geheele Binten-kust van ’t Eiland Ceylon, behoort ook aan dieCompagnie i binnenin ’cLand, te Candy, is een Keizer, die ge*zag over de rest heeft: de kleine Koningen en Vorsten van de M o-luksche Eilanden, zyn meerendeels Leenmannen van de boven-gemelde Compagnie.
Verdeeling van Africa.
Africa kan men in de volgende deelen onderscheiden :
I. Egipten : de Noordzyde daar van legt aan de MiddelandfcheZee, en de Oostzyde is aan de Roode Zee : dit Ryk is al van oudsbekend geweest; hier bloeide weleer de Geleertheid; tegenwoordigis het onder ’t Gebied van den Turk fchen Keizer ; de voornaamsteplaats, in laag Egipten, is Cairo (2); in hoog Egipten, Girge (s) :zelden heeft men Regen in dit Land; en al Regent het, zoo is ’tmeesten-tyd niet meer als een fyne Stofregen , die niet langduurt (h) : niet heel ver van Cairo zyn de ongemeene groote Pi-
rami-
(z) In dé Methode pour Etudier la Géographie , tom, Z, pag. ao, Ed. 1718 ; ook inMorery , in ’t Artikel van Cairo, word de ingebeelde grootte van deeze Plaats we-derleid : Hoe kan het zaamengaan, dat daar 16000 Straaten en maar 23000 Huizenin zyn, als Hubner verhaalt? Men moet Groot Cairo onderscheiden van Oud Cairo,’t welk 1 uur daar van af is, en van het Dorp Gize, over Oud Cairo.
(a) Paul. Lucas Voyage du Levant, pag. 75.
(b) Hubner, pag. 637, in de Druk van 1707, en pag. 663, in die van’tjaar 1711,schryft, dat het noit in Egipten Regent ; maar Paul. Lucas, in zyn Reis, tom. 2,pag.6, Amit. 1720, verhaalt, dat in’t Jaar 1717, tuffchen den 8 sten en 9 den Fe-bruary, veel Regen viel : van de Stof-regen verhaalt Maillet , in zyn beschry vingvan Egipten.