of Jlardryks-beschryvmge. ' 47
rai*iden, die onder de reven Wonderen des Werelds gereekendwierden (c).
r. Nubien : dit grenst aan Hoog-Egipten.
Z- Abiffinien , ’t welk nog meer na ’t Zuiden is ; waarin Gon*dar (d) : de Vorst , die hier Regeert, word zomtyds ook Keizergenoemd, en geeft zig zelf een hoogdravende Titel -, dog de Gallesen Turken hebben veel van zyn Gebied afgenomen; zoo dat hy nuals in ’t Land beilooten is, en daarom heeft men in ’t kort weinigberigt daar van gehad.
4. Barbaryen : dit is Bewesten Egipten, aan de Noordzyde vanAfrica; aan de Westkant is een Vorst, die zig de Keizer van Fezen van Maroeco noemt: voorts zyn daar onder de bescherming vanden Turkfchen Keizer, de Gemeenebesten van Algiers, Tunis enTripoli, bekend wegens hun Zee-rooveryen ; ’t Landfchap Barca, daarveel Woestypen in zyn, behoort onder ’t Gebied van de Turken.
5. Nigritien; waarin de Koningryken van Tombut, Ghana,Bournon, enz.
6. Guinée : hier zyn de Koningryken van Ardra , Benin, enverfcheide andere; de Engelichen , Hollanders, en de Deenen,bezitten eenige plaatzen aan de Zeekant j de voornaamste plaats,die deNederlandfche Weftindifche Compagnie bezit, is George delMina : dit Land is voor de Europeanen níet gezond.
7. Congo: hier is een Koningryk van die naam, en vericheideandere , als Angola , Loango , enz, j men noemt dit ook wel
Laag Guinée.
§. ’tLand van Sanguebar, dat op de Oostzyde van Africa, aande Zeekant is; daar nevens is ’t Koningryk van Adel; en daar ag-ter zou ’t Land van de Koning Gingero zyn, daar men nog geennette berigten van heeft.
9. ’t Caffersland ; waar onder men begrypen kan , de Keizer-
ryken
(t) In deezen tyd, P, a , den ödenOctober,. kan de Noordzyde van de grootstePyramide, net op de middag, niet meer van de Zon befcheenen worden : zoudeezePyramide dan ook gediend hebben, om de Egiptenaaren aan te wyzen , dat hun
Zaaytyd voorhanden was.
(d) Door een Brief uit Mocha, aan de Kardinaal Sacripanti , wegens drie Room-sche Geestelyken, die in’t Jaar 1717, den zden Maart, te Gondar gestcenigd zyn,blykt, d at de laatstgemelde plaats, op die tyd, de Residentie van den Koning Tujtot-was , en na hem, van den Koning David.