2 6 Inleiding tot de alge me ene Géographie ,
alzoo die in zulk eene uitsteekende order, met zoo veel nut geplaatstzyn, zoo wel op ’t Vaste Land als op de Eilanden , dat zoo veeleBeeken, kleine en groots Rivieren i als met Takken en Aderen nabeneden vloeien, die zoodanig door alle Landen verspreid zyn, naxnaate het daar noodig is, dat daar in eene onnadenkelyke weten-schap gevonden word : Menschen, Vee, en de meeste groeibaáredingen worden ’er door verquikt, en zouden, zonder deeze voor-zorg , niet in stand kunnen blyven ; want was dì Aarde overaleven hoog - de Wateren, iri de Rivieren , konden in geen geduu-rige beweeging zyn, en moesten bederven : wy zullen ons dan welwagten, ommet 5 «wij iets in ’t gestel van de Aarde te berispen (c) }’tmenschelyk verstand kan al de eind-oogmerken van den WyzenSchepper niet begrypen.
2. De Verscheidens heid der Bergen.
Ue ver- . x. Benige Bergen zyn hoog; zommige middelmaatig; andere laag.schei- 2 . Eenige zyn steenagtig ; andere van kryt, als in Moscovien,Sder aan de Rivier de Don, en in Engeland ; zommige van Aarde;Bergen, andere van Zand, die ook Duinen genoemd worden : deeze laatstezoort vind men langs de Hollandsche Kust, die aldaar de laage Lan-den voor ’t overstroomen der Zee bevryden.
3. Eenige Bergen zyn in de Zomer met Sneeuw bedekt -, anderezyn op die tyd zonder Sneeuw.
4. Verschelde Bergen branden en rooken ; andere zyn zonder vuur.
In zommige Bergen vind men Metaalen, als Goud, Zilver,
Koper, Yzer, Tin, en Lood ; andere zyn zonder Metaalen.
6. Eenige Bergen zyn met Bosschen vercierd ; andere zyn zon-der Boomen.
z. De Hoogte der Bergen.
De Ai voor lang tragte men de Hoogte der Bergen te weeten:der°Ber- "Dicearchus , de Leerling van Aristoteles , die in de Wiskonst zeergen. vol ervaaren was, had last van de Vorsten, om dit te onderzoeken : hygens de vond de perpendieulaare hoogte van den Berg Pelion, (nu Petras)u en ’ in Macédonien, 10 stadiën (/); zyn dit Grieksche geweest, dan is
het
(c) ’c iode Cap, (d) Plin., Iib. 2, cap. 65, pag. 26.