Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
57
JPEG-Download
 

of Aardryks-beschryvmge. $7

het £ van een Duitsche myl, of 68) o Parysche voeten ; de BergCyllenem, in Arcadien, byna 15 stadiën (e ), of§£ van een Duit-sche myl; Satabyrium, int Eiland Rodes, 14 Stadiën (ƒ). Plu-tarchus verhaalt, dat Xenagoras , Eumdy Zoon, de hoogte, vanden Berg Olympus vond, jo stadiën, 96 voeten (g), dat is 6960van de hedendaagsche Parysche voeten; en Cleomedes meende, datgeen Berg de hoogte van ís stadiën te boven ging (h).

Ricciolus is ver het spoor byster, als hy meent, dat op de Aarde DeBergen zyn, die de hoogte hebben van 457 stadiën (s), en dagt,dat het wel weezen kon , dat men Bergen vond, die de hoogte gen vol-hadden van 512 Roomsche stadiën (k), dat is nz* Dnitsche mylen, |® nSof ia8omaal de hoogte van de Wester-kerks Tooren binnen Am- Rlccl0US 'sterdam : wat zou men zoodanig een berg ver kunnen zien ? Dezelfde Schryver, die maar omtrent 30 Duitsche mylen vant Alpi-sche Gebergte woonde, giste, dat daar Bergen onder gevondenwierden, die de hoogte hadden van 96 Griekfche stadiën, of om-trent 12 Italiaanfche mylen (/), dat is meer als 2. Duitsche mylen;en bygevolg wel -smaal hooger, als dezelve nu gevonden worden.

De hoogte van de Bergen , op de Aarde , te meeten, schynt, Hoenuin den eerste opstag, voor een Wiskonftenaar, niet moeielyki deboog.maar verfcheide zwaarigheden doener zig in op : twee manieren vergenkomen hier toe in aanmerking; teweeten, door de Meetkonst, en gevon-doort «Zaaien vant Quikzilver in de Barometer. Wat de eerstemanier aangaat : de Straalbuiging, als men de boek van onderen

meet, doet de Bergen altyd hooger schynen, als ze inderdaad zyn;en zelden vind men by de Bergen vlaktens, die waterpas en grootgenoeg zyn, om daar door de hoogtens af te meeten : op deplaatzen, van waar men onder op de grond gemeeten had, moestmen tekens stellen, en vinden ook, welk een hoek dat dezelvemaakten, van boven te zien; en nog beter was het, dat twee per-Zoonen dit op den zei ven tyd deeden, om hier door eenigzins degrootheid der Straalbuiging te bepaalen : maar of men nu de hoogtevan den Bergs boven de plaats van de Waarneeming gevonden

H heeft,

C e ) Gemin. inEletn.» cap. 14. (/) Gemin. in Elcm., cap. 14.

(A) In Paulus Mmilius. (b) Lib. 1, Cycl. Theor., pag. 169.

íí< 9 eo graph., lib. 6, cap. 20, pag. 210. (£) Loc. cit.

(I) Geograph., lib. 6, pag- 205 en 211.