Holenen Spe-lonken.
7 ^ Inleiding tot dé algemeene Géographie ,
Archipel, by ’t Eiland St. Erini, of Santorin, nieuwe Eilanden enKlippen zien opryzen (r); zelfs nog in ’t Jaar 1707 (s). P. Ricardverhaalt, dat op ’t gemelde Eiland , by de Poort van ’t Kasteel,een Inscriptie gevonden word, waarin men leest, dat die verande-ringen daar al 5 > maal zyn voorgevallen (ƒ)- In ’t Jaar 1710, tus-fchen den yden en 8sten December, is by §t. Michiel, onder deVlaamfche Eilanden , een nieuw Eiland opgekomen; dog in’t Jáár1722 was het zelve reets veel asgenomen (y).
Op eenige plaatzen zyn Holen en Spelonken : in Italien is een klein.Hol, genaamt Grotta del Cane , vermaard wegens de fenynigedamp die daar is; in ’t Eiland Antiparos is een wonderlyk Holof Grot, vercierd meteen wit doorfchynend zoort van Marmer,’t welk zig als Planten of Bloemen vertoond , daar van de uitersteeinden of uitspruitzels zig opdoen als Bloemkoolen (tf) : de Holender Bergen , in Sina, en de yslyke dieptens die by zommige Ber-gen zyn, gaan wy om de kortheid voorby.
Behalven de Holen die uit de Natuur zyn , vind men ’er ookdoor Menfchen handen gemaakt, om door dit wroeten in de Aarde,de Metaalen , en andere dingen , die in de Menfchelyke zaamen-leeving van gebruik zyn, daar uit te haaien.
VI. HOOFD-
(r) Strabo , lib. 1 , pag. 39, Ed. 1587. Senec. Nat. Ques., lib. 6 , cap. 2r.Plinius , lib. L, cap. 87, pag. 32 , volgens de uicgaave van Hardouin. Jujlinm slib. 30, cap. 4, pag. 223, Lugd. 1594. Dion. CaJ ]\, ]jb. 60, Sext. Aurel. Vidbor deCœsar. in Claud., pag. 218, Amst. 1625; Tbeopbanes, Cedrenus , en andere. Het kleinbrandend Eiland is ruim iyo Jaaren voor deezen tyd opgekomen.
(r) Histoire de I'Acad., Ao. 1708, pag. 29.
(f) Kircberus Qnderaardsche Wereld, pag. 223.
(îî) Histoire de I’Acad., Ao. 1722, pag. iá en 17.
(x) Voyage du Levant, par Tournefort , pag. 22S, Lyons 1717-