74 Jnleldmg tot de algemeene Géographie i
in Eu- Men verhaalt, dat in Spanjen , in de Provinciën van Esirama-r°pa. { ] Lira en Andalufien , Goud- en Zilver-Mynen ontdekt zyn , om-trent het Jaar i/rs, als Gstiadalcanal ; en 1 6 mylen van daar, RioTinto; welke laatste Myn io mylen van Sevilien is io) : Oudtyds,onder de Regeering van Keizer Nero, wierd 'er een Góud-Myn inDalmatien gevonden (ƒ>). In voorige tyden heeft men al Goud inde Rivieren gevonden; als in de Taag, in Spanjen; in de Po, in.Italien ; en de Marixa, in Romanien (y) : en tegenwoordig wordnog, onder ’t Zand . in verschelde Rivieren van Europa , kleinekorrels Goud gevonden :
ï. Als in den Rhyn, van Straatsburg tot Philipsburg; de eersteStad heeft daar van omtrent twee mylen onder haar gebied , enkoopt ,'s Jaarlyks, van de geen die daar na zoeken, 4 of 5 oneen,tegen 16 livres, Fransch geld, ieder once : dit Goud houd 111 ca-raaten fyn (r).
2. In de Rhône , in ’t Land van Gex, vind men Goud dat20 caraaten fyn houd (§).
3. In de Ceze, die in de Sevennes Zyn oorfpronk heeft, vindmen stukjes Goud, die nog iets grooter zyn als de voorgaande,dewelke 18 caraaten, 8 gryn fyn houden (V).
5. IndeAriege, in ’t Land van Foix, byPamiers, word ookGoud gevonden, dat het fynsie van allen is; want het houd 22 car.,6 gryn (V).
In^Lgeheel weet men, tot nu toe, 10 Rivieren of Beeken, inVrankryk, daar eenig goud in gevonden word (x).
In Hongaryen zyn verfcheide Goud-Mynen ; de rykste is byChremnitz, daar men, volgens ’t berigt van Brown , al 1000Jaaren in gewerkt heeft (j) ; ook word in ’t Zilver, dat men uitde Mynen , by Schemnitz, trekt,' omtrent een agstendeel Goudgevonden (z).
Dat
(0) Atlas Maritimus & Comraercialis, pag. 6g, Lond. 1728..
(p) Plinius , lid. ü , cap. 3 , pag. 697.
(q) Plinius , lib. 33 , cap. 4 , pag. 699.
(r) Histoire de l’Àcad., Ao. 1718, pag. 87 en pag. 108.
(Ó De zelfde Histoire, pag. 87 en 108. (t) Op de zelfde plaats.
(y) ’t Zelfde, pag. 108. (v) In de Memoir. van ’t jaar 1718, pag. 89.
(y) Eduard Browns Reize , pag. 164 en 165.
(%) De zelfde Schryver, pag, 169.