of Aardryks-beschr yvmge. 75
Dat al voor langen tyd het Zilver in betaaling toegewogen is, Zilver,vind men in de Heilige Schrift (a) : keurt men, in dit geval, deReekening van voor goed , dan zou, omtrent 3600 Jaa-
ren voor deezen tegenwoordigen tyd , Abraham de Akker vanEphron gekogt, en met Zilver betaald hebben (b). Plinius schryft,dat Erichtonius , of Eacus , de Uitvinders van de Zilver-Mynenzyn (c) : de eerste, meent men , dat omtrent 400 Jaaren laatergeleefd heeft als Abraham (ri) ; zoo dat dit maar de eerste ontdek-kers onder de Grieken zullen geweest zyn, en de Uitvinders vanMynen, voor dien tyd, nog onbekend, schoon ze reeds by andereVolkeren al gevonden waren. Voor omtrent 2 6 Eeuwen liet Phi-don , de Koning van Argia , in ’t Eiland Egine, ’t eerst zilvereMunt ílaan (V) : de beroemde Newton stelt dit 596 jaaren voorChristus, na de gemeene Tyd-reekening (ƒ).- 169 Jaaren voorChristus, wierd tot Romen voor de eerstemaal de zilvere Muntgangbaar (g).
De bekendste Zilver-Myn, in America, is die van Potosi, daar zuver-men reets een ongelooflyken Schat uitgegraven heeft Qf) ; dog nu M y neB '
K 2 . be-
(a) Genes. 23 vers 16. (b). Canon Chron., pag. 21, Franek. 1696.
(c) Plinius, lib. 7, cap. 56, pag. 149. Qd) Canon Chron., pag. 97.
(e) Lib. 8, pag. 247.
(ƒ) Chron. des Ancien. Royaum., pag. 41, Par. 1723.br) Plinius, lib. 33, cap. 3, pag. 697, Aur. Allob. 1 606.
(b) Eduard Brown in zyn Reis, pag. 2yj, Amst. 1696, heeft uit Alberto AlonzoBarba , Biffchop van Potoü , dat uit de Zilverberg , by die plaats, reets tuffchende 4 en 5 honderd milhoenen Stukken van Agten, aan Zilver, gekomen waren:waarop de voornoemde Brown laat volgen , om de onmogelykheid daar van aan tetoonen , dat van dit Zilver wel zoodanig een Berg zou kunnen gemaakt worden,als die, daar men ’t zelve uit gegraaven heeft ; en als die Stukken van Achten opde grond nedergeleid wiemen, zoo digt nevens malkander geschikt, als ’t mogelykwas, dat zy dan de ruimte van 60 Mylen in ’t vierkant zouden beslaan j ’t welk eenduistere uitdrukking is : maar al staat men toe, dat ’er 500 milhoenen Stukken vanAgten uit de Berg gekomen zyn , kan men door de uitreekening doen blyken datdit maar een klomp zou maaken , wanneer men dezelve de gedaante van een Teer-ling gaf , daar van ieder zyde lang zou zyn, 35 voeten ,'lthynkindsche maat : alsWen de laatstgemelde Stukken van Agten, in ’t vierkant, nevens en onder malkan-der leide, de middelpunten regt onder malkander, zoo men dezelve volmaakt rondsteld, en de middelyn van ieder , 4 voet, Rhynlandsche maat, dan volgt, da: ’erwaar S ist e p art va n een Hollandsche vierkante myl plaats van nooden is, om al deezeStukken van Agten op te leggen ; maar om dezelve naast malkander te plaatzen ?zou een lengte van 2641 Duitlche mylen vereiicht worden.