Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
106
JPEG-Download
 

ï 06 Inleiding tot de algemeene Géographie ,en wederom, in de Winter zyn de nagt- os morgen-vloeden, opde Nieuwe en Volle Maan, grooter, als die van den dag {h) ; totPlymouth'verscheelt dit byna een Engelsche voet, en tot Bristolde hoogte van byna i? Engelsche duimen de tegenwerpingen,die men tegent voorgaande heest ingebragt, zyn wederleid doorden Heer Joh. Theoph. Desaguhers (r).

De Eb Hoe de nabuurige Straaten , daart Water door moet loopen,cnVioed 0 p sommige plaatzen verandering in de Eb en Vloed maakt,piaatzen blykt uit een Haven int Koninkryk Tunquin, genaamt Batsham,ni 7 et op de Noorder Breedte van 20 graad., 50 min., daar het Water

sens." op dien dag, als de Maan door de Equinoctiaal gaat, dikwils stilstaat ; als nu de Maan naderhand nat Noorden afwykt, dan be-gint het Water op en af te loopen ; de afwyking meer toeneemende,zoo vermeerdert de Vloed tot aan de 7de of 8ste dag; dog nader-hand , in de volgende 7 dagen , neemt die met de zelfde trappenwederom as, zoo als die te vooren toenam : dit word veroorzaaktdoort Water dat uit de Sineesehe Zee komt, en tusschent VasteLand ent Eiland Luconia doorloopt ; en door het Water dat uitde Indische Zee, tusschent Vaste Land ent Eiland Bornéodoordringt.

De In de Zeen , die vant Oosten nat Westen heel wyd zyn , alshoogte jj n groote Zuid-zee, in de Atlantische Zee , buiten de Keer-vloed kringen, ist Water gewoon te klimmen tot 6, 9, 12, of 15komt V ogten ; dog in de groote Zuid-zee, die diep en wyd is, zegtdoor de men, dat de Vloed nog grooter is : in de Ethiopische Zee is de op-legging klimming vant Water, tusschen de Keerkringen, minder als in deLanden, getemperde Lucht-streeken ; van wegens de naauheid der Zee,tusschen Africa ent Zuider America, int midden van de Zee,kan het Water zoo hoog niet opzwellen, als aan beide de Stranden;en om die oorzaak is de Eb en Vloed niet veel op de Eilanden, diever van de Wal leggen : in eenige Havens, daart Water, overondiepe Plaatzen of Straaten, met groot geweld uit de Zee ofZee-boezems komt aandringen , daar is de Eb en Vloed wederomgrooter, als in Plymouth , Avranches, te Pegu en Cambaya inOost-Indiën, daar het Water met een groote snelligheid op- en af-

loopt »

(h) Memoir. de lAcad. deScienc., Ao. 1720, pag. 47a, . -

(0 De Natuurkunde uit Ondervindingen opgemaakt, van pag, 420 tot pag.'430»