Debe-
naaming
der
Winden,
Oorzaak
van dealge- ’roeenePassaad-winden.
124 Inleiding tot de algemeene Géographie ,
om die te myden , en andere , daar men de Wind ontmoet, die
dienstig is om de voorgenoomen reis te volbrengen.
Om de benaaming van de Wind te kennen , ten opzigt van dehoek daar die uit blaast , zoo gééft men acht op de Hoofdstreeken,.als ’t Zuiden en Noorden , dat is, daar de Zon op ’t hoogst en op’t laagst is, ’t welk regt tegen malkander over staat ; de verdeelingverbeeld men in ’t gemeen op de Horizontaale Cirkel, een vierde vaneen kring van ’t Zuiden of Noorden, na die zyde van Zons opgang,of ’t punt daar de Zon in de Evennagts-tyd opkomt, is het Oost,en regt daar tegen over is het West: de Wiskon stenaars verdeelen devoornoemde vierdedeelen van Cirkels in graaden en minuten ; dogde Zeelieden door boogen , die in’t top beginnen, en ieder vierde-deel in agt gelyke deelen fnyden, zoo dat het geheels Uitlpanzel,of ook de Zigtbaare helft, en de Horizontaale Cirkel daar door in32 gelyke stukken gefneeden word; dit noemt men Coinpasstreeken:de streek, die net in het midden, tusschen het Noorden en’t West is,noemt men Noordwest; die tusschen ’tNoorden en ’t Noordwest is,Noord-Noord west ; de naaste streek van ’t Noorden na de West-zyde is Noord ten Westen } een streek Noordelyker als ’cNoordwest,noemt men Noordwest ten Noorden j en zoo met al de andere.
Buiten de Keerkringen heeft men veranderlyke Winden, dogbinnen dezelve is meer staat daar op te maaken , en daar onder-scheid men die in tweederlei zoort ; 1. Die altyd uit een hoekwaaijen ; by de Zeevaarende Passaat-winden genoemt. 2. Debeurthoudende Passaat-winden , die omkeeren , of die ’t een halfJaar van de eene, en ’t andere halfjaar van de andere zyde komen,in ’t gemeen Mousons genoemt. Men heeft ondervonden, dat van30 graaden Noorder tot 30 graaden Zuider Breedte , in de grootsZuidzee, in het deel van de Indische Zee , bezuiden de Linie, ineen gedeelte der Noordzee, en in de ^Ethiopische Zee , altyd eenOosten-passaat waait; dog bezuiden de Middelyn is die Zuidelyker,te weeten , omtrent Oost-Zuidoost ; en benoorden de Linie Noor-delyker, ofbyna Ooft*Noordoost. Dat hier van de Passaat-windgezeid word, is te verstaan in de ruime Zee ; want in de grootsZuidzee, aan de Westkant van ’t Zuider America» is de regteOoste-passaat wel iço of 200 Hollandfche mylen van de Wal:dit komt waarfchynelyk eensdeels door ’t Land, en ten anderen
door