. 134' Inleiding tot de algemeene Géographie ,
Am _ Aanmerkt men de Aarde, ten opzigt van de Zons Schaduw;phisdi. die in de warme Lwgtstreek vvoonen , hebben ’s middags de Scha-duw zomtyds na ’t Zuiden , en op een andere tyd wederom na ’tNoorden} tweemaal ’s Jaars komt de Zon hun regt boven ’t hoofd,aldan zoo geeven de Stylen, die regthoekig op de grond staan,geen Schaduw, en daarom worden de bewoonders, op die tyd,Ascïi y of Onbeschaduwde genoemt.
Hete- In de gemaatigde Landen , aan de Noordzyde , is de Zonsrcsdi. Schaduw, op de middag, osais de Zon op het hoogst is, na hetNoorden , en in de Zuidelyke gemaatigde Landen is dezelve, opde middag, na liet Zuiden.
JFeriscii. Die onder de koude Lugtftreeken woonen , hebben de Schaduwvan de Zon, in 2,4.uuren, na alle kanten; te weeten; als de Zonboven haar Horizont gezien word.
De Zons Als in de getemperde Lugtstreeken , een Hok regthoekig op eene ff en v i a kte staat, zoo befchryft de Schaduw van de Zon, op iederà' dag, nagenoeg een kromme lyn, die de Meetkonstenaars eenHyperbole, of walsende Sneede noemen > dog onder den Evenaarnagenoeg een regte lyn : maar in de koude Lugtstreeken komt deSchaduw ten naastenby overeen met een Ellips of Langrond, .entweemaal in ’t Jaar met een Parabole of Brandsnee , te weeten,als de hoogte der Pool, en de Zons afwyking van den Evenaar te' zaamen net 90 graaden uitmaaken.
itNut Als de Zon schynt, dan kan de Schaduw van een opgeregte Stylà^â'de tyd verdeden, of men kan het uur van den dag daar door kennen;ook wanneer de Zon in de Keerkringen komt, en veel andere by-zonderheden meer. Dit is de Zonnewyzers-konst; in oude Tydenis die al bekent geweest, als blykt uit de Zonnewyzer van tìiskìa {h).Onder de Grieken zou Amximander het eerst te Lacedemon eenZonnewyzer op een gemeene plaats gemaakt hebben, die de ZonsKeerkringen , en de gelykheid van dag en nagt aanwees (/);Plinius schryst dit aan zyn Leerling Anaxim'enes toe (£)• Hoe datmen die aftekent en uitreekent op alle platte vlakken of lig haam en,
die
(h) 2de Boek der Koningen , ’t 20ste cap., ’titdevers; volgens Marsham Can*Chron., pag 411, was tiet 718 Jaaren voor Christus, doe de Schaduw te rug ging.
,(i) Laèrt. Vit. Anaxim. Deeze Wysgeer bloeide omtrent ySo Jaaren voor Christus.
Ik) Lib.2, cap. 76, pag. 30.