of Aardryh-beschryvmge. 15 j
In de Aftekening, daar men de Aarde uit de Poolen- riet, ver-tonnen zig de Landen digt aan de Linie veel grooter en uitgestrek-ter als die waarlyk zyn , in vergelykirig van de geene, die digterna de Noordpool leggen , en in de laatftvoorgaande aftekening jzyn.de Landen aan de zyden te groot,, na maate van die in hetmidden leggen.
Men vertoont ook wel een groot gedeelte van de geheele Aarde Een ge-in een Kaart ; dan verheelt men zig als of de oppervlakte van de A* r -Aarde een Cylinder was, en dat men die opengerold had; de Lan-deineeaden digt aan de Poolen komen daar niet in; de Cirkels der lengte, Kaart ’die anders in de Poolen te zaamen komen, worden hier door Even-vvydige regte lynen afgeheeld, die alle ook even wyd aan malkan-der zyn; de Cirkels der Breedte zyn hier regte lynen, evenwydigaan den Evenaar ; maar de graaden der Breedte maakt men, na dePoolen toe, hoe langer hoe wyder , op dat die met de graadender lengte aldaar nagenoeg de zelfde proportie hebben als op deAarde. -
De byzondere Kaarten worden op verscheide manieren gemaakt; Byzon-by voorbeeld, die van Europa, daar in maakt men zomtyds de Sten,lynen der Breedte regt en even wyd van malkander; dan word opieder 5 of 10 graaden breedte uitgerekend, hoe wyd dat de Linien,die tuflchen de lengte van 5 tot 5, of van 10 tot 10 graaden ge-vonden worden , moeten zyn ; deeze wydtens in de Kaart over-gebragt zynde, zoo worden daar de Linien der lengte doorgetrok-ken ; zomtyds maakt men de Linien der lengte regt, en die van deBreedte krom, of op andere manieren , als in de Kaarten, zelf- te-,zien is.,
F XIV. HOOFD-
MeetkonQige Belchryving van ’t Aardryk , pag, 54, Amst. 1660, ea by P. Maast. ■pag. ,, 9j Am (t. i6p8, y *