Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
166
JPEG-Download
 

i66 inleiding tot de algemeene Géographie ,in een van die Kaarten vind men de Kust van Holland, en de Eilan-den , die daar omtrent zyn, op een mismaakte wyze verbeeld;voor meer als 70 Jaaren had men reets van onze Kusten netterKaarten (ƒ>). Als men dan de Klippen en Banken eens naukeurigonderzogt heeft, en in Kaarten geleid , zoo moet men , na ver-loop van ‘ tyd , het' zelve op nieuws wederom onderzoeken , omte zien, of alles nog in de voorige stand is , of de dieptens ver-meerderd of verminderd zyn : in de Land-Kaarten word de scha-duw , die dient, om de scheiding tiisschen ’t Land en 'c Waterbeter te zien, in ’t Water of in de Zee gemaakt ; maar in de Zee-Kaarten, op het Land, om de Rotzen, Klippen, en kleine Eilan-den, die digt aan de Wal zyn, duidelyker te onderkennen. DeZee-Kaarten zyn tweederlei; gelykgraadige, en die wassende graa-den hebben ; in de gelykgraadige zyn de graaden der lengte enbreedte overal even groot, en worden gebruikt omtrent den Eve-naar ; dog dat die Kaarten niet net zyn, blykt, om dat de Aardeeen byna ronde gedaknte heeft, en daarom worden de graadender lengte , na de Poolen toe, hoe langer hoe naauwer ; evenwelmaakt men die in de walsende graade Pas-Kaarten ook even groot;dog van minuut tot minuut is berekend, hoe veel dat dè minutender Breedte grooter moeten gemaakt worden » om de Kusten, vol-gens de streeken van ’t Compas , behoorlyk daarin te leggen ; mennoemt dit de Tafels der vergrootende Breedte (q). Of nu op deezewyze de gedaante der Landen geheel anders word, als die waarlykLvn , de Zeeman heeft daar niet meede te doen : de afstand van

twee

wel Fabelagtig fchync) , daar in 10 Jaaren tyd uitgekomen is 40 millioenen Stukkenvan Agten ; een overgroote meenigte van Menschen zouden daar in werken (zietpag. 335) : maar is dit wel waarheid ?

lp) Ziet de Zee-Atlas of Wacer-Wereld, by H. Donker, te Amsterdam, in’t Jaar 1660.

(q) Eduard Wrigt heeft, in’t Jaar 1799, deeze Tafels ’t eerst uitgevonden:de Heer Halley heeft, met behulp van de hedendaagfche Algebra , en de On-eindige vervolgen, aangetoont, dac dezelve op ’t end, digt aan de 90 graaden,niet volmaakt zyn 5 want de vergrootende Breedte van de laatste minuut, d acis, 89 graad. , 79 min., is niet, als de voornoemde Wrigt heeft, 323487,279 »nog 302498 , als Ougtred vind ; ook niet 303643 , als Jonas Moor : Dirk Rem -Irantte van Nierop , en andere Nederduitfche Boeken van de Zeevaart, hebbenmaar 30374,963431141422864?. Ziet de Philofophische Transact., Mm. 2ip ,pag. 211.