r/o Inleiding tot de algemeens Géographie ,dromise (à ) , ©f de gezeilde verheid, tuffchen de afgevaaren plaatsen de Pool , om een gedeelte van de laatstgemelde kromme Lynte vinden; als de Koers gegeeven, en de Breedtens, daar het deel,dat men begeert te vinden, tusschen beilooten is, dan zegt men,de Radius staat tot de Secans, van de Hoek, die men beoosten ofbewesten het Noorden zeilt, als de mylen , die men ín Breedteverandert is, tot het gezogte deel van de kromme Lyn {b') \ indienmen, uit alle de Punten van de Loxodromique, Perpendiculaarenlaat vallen tot op het vlak van den Evenaar, dan zal daar de Loga-rithmiicbe Spiraal door gemaakt worden.
In 't gebruik van de Konst der Zeevaart, heeft men de volgendeinde manieren : Laat in de Vde Afbeelding, Fig. 4, van deregthoekigeDriehoek ABC, bekent zyn de regte hoek B ; de hoek BAC,Fig. 7.' zynde de Koers., die men buiten het Zuiden of Noorden zeilt ;AC, de gegiste Verheid ; dan is de Straal tot AC, als het SinusComplement van de hoek BAC, tot de veranderde Breedte AB:als men in deeze Regel van. Driërn, in plaats van 't Sinus Comple-ment, de Sinus neemt, de uitkomst toont aan st verschil der Leng-te , tusschen de afgezeilde en bekomen plaats, volgens de platteKaart; maar, om dit laatste in de wassende Graade-kaart te vinden,zoekt, uit de Tafel der vergrootende Breedte , 't verschil tusschende plaatzen A en B ; dat is, de Lengte van A B in tiendedeelenvan minuten 5 dan ís de Straal, in de zelfde Reden, tot AB, alsde Raaklyn van de hoek BAC tot de veranderde Lengte. Menkan dit ook zonder rekenen doen, en ’t stuk voort ia de platteKaart leggen, aldus: L.egt een Werktuig, ’t welk, hoe dat menstook verschuift, twee evenwydige Linien maakt, zoodanig, datde kant van de eene Lyn komt op de streek , die men gezeildheeft, en de andere Lyn , op ’t afgezeilde Punt A ; stelt uit A,langs deeze laatste Lyn , de gezeilde Verheid, als AC, zoo is Cde bekomen Plaats, De Stuurlieden verrigten dit in’t gemeen doortwee Passers, daar van de een zoo wyd open is als de digtsteafstand , tusschen ’t afgezeilde Punt en de evenwydige Linie, aande Koers, die men gezeild heeft ; volgens de zelfde stand, word
die
(o)> Act. Erudit., Ao. 1691, mens. Jun., pag. 183.
(b) Dechai. Mand, Mathem. tom, 3, lib. 4, pag, 234, Lagdun. iöpa».