Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
106
JPEG-Download
 

I o 6 Onderzoek over eemge

ten 7 uureiv: de voornaamste Sterren, die men heeft kunnen zien, zyn ge-weest de Slinkervoet van de Reus , ’t 3 tiers Oog Aldebaran, en Hircus.Calvisius vind deeze Eclips op den zelfden dag, ’s morgens ten 6uur., 26min.,23 sec.; de grootheid nduim, 7 min : Petavius (c) vind herbegin ’s morgensten 4uur., 44min.; het midden ten 5 uur, 31min.; 'tend ten 6uur., 18 min.,volgens de tydvan Constantinopolen ; de grootheid 7 duim, 36min.; maar hymoet zig noodzaakelyk in de Reekening vergist hebben. Ricciolus (d) , om deUitreekening van Petavius nog wat sehyn te geeven, verhaalt, dat hec geenwonder is, dat Tkeephanes schryft, dat de Sterren gezien zyn, alzoo de Zonin zyn verduistering is opgegaan ; maar dit is niet waar: Petavius schryft zelfs,dat "de Zon eerst begon te verduisteren omtrent een quartier na deszelfs op-gang; en in een verduistering van 7’ duim kan men geen Sterren zien.

In Cedrenus (e) vind ik een Zon-Eclips, zoodanig, dat de Sterren gezienwierden; die word verhaald in ’t 20ste Jaar van Conjiantinus de Groots. Calvisiusmeent, dat dezelve gebeurd is in’t Jaar 324, den 6den Augustus, ten 4 uur.,23 min., 27 fee. na de middag; de grootheid 7 duim, 52 min. Ik vind deverduistering Annulais ; de Centraale Lyn ging meest over Landen en Zeen,in die tyd onbekend, en quamin Africa, omtrent daar tegenwoordig Maroccois ; loopendé van daar tot op 13 gr. Noorder Breedte, en 21 gr. beoostenRomen, daar de Zon in zyn Centraale verduistering is ondergegaan; dog doehad Conjiantinus nog maar 18 Jaar en 12 dagen geregeerd : geen Ster, behal-ven Venus, kan men in een Zon-Eclips van 8 duim zien ; hoe naarstig datLe Comte ook zogt, in een Verduistering van ii£ duim, hy kon, Venus uit-gezonderd, die men wel, buiten de Eclipzen, over dag ziet, geen een Stervinden.

Onmiddelyk voor deeze Zon-Eclips, word in Cedrenus verhaald van eenAardbeeving , die ín Campania dertien Steeden omver wierp : in de zelfdeSchryver vind men, by de Zon-Eclips van ’t Jaar 346, dat in Campania eestAardbeeving geschiede, waar door twaalf Steeden vergingen; dit vind mestook op ’t zelfde Jaar in Theophanes. Hieronymus , in zyn Kronyk (ƒ), verhaalt,dat in ’t Jaar 346 een Aardbeeving veel Steeden in Campania befchaadigde 4om dat nu zoodanig een groote Zon-Eclips, omtrent ’t Jaar 324, niet te vin-den is door de Sterrekuadige Tafelen, en dat, omtrent dien tyd, by andereSchryvers van de gemelde Aardbeeving, in Campania, geen gewag gemaaktword, zoo besluit ik, dat Cedrenus deeze Eclips tweemaal befchryft; eens op’t regte Jaar 346, en dan op het 20ste Jaar van Conjiantinus de Groote : maardit zal een misstag zyn ; hy zal de Vader in plaats van de Zoon aange-teekend hebben , alzoo de naamen niet veel van malkander verscheelden*want het 20ste Jaar van Constanïius (de Zoon van Conjiantinus de Groote, te weeten *van die tyd af dat hy Cœfar wierd) komt op’t Jaar 346.

(c) Dostr. Temp., pag. .528. (d) In zyn Almag., psg. 5 ^ 58 -

(e) Pag. 285 , in de Dmk van Parys. {ƒ) Pag. &s enpag. i.S 3 > m oe Uitgift van Scaiigtf'