Buch 
Inleiding tot de algemeene Geographie benevens eenige Sterrekundige en andere Verhandelingen / door Nicolaas Struyck
Entstehung
Seite
107
JPEG-Download
 

Zon* en Maan-Edìpzen. f o 7

Hieronimus, in zyn Vervolg op de Kronyk van Eufebiits (g ), verhaak eenZon-Eclips, die gebeurd is int iode Jaar van Constantin ! , hec 3de Jaar vande 201ste Olympiade : dit is dan de Verduistering die int Jaar 346, den ó'denJ u »>y, gezien is ; maar uit de Jaaren van Abraham , en uit de Aardbeevingzou volgen , dat de Eclips , uit Hieronimus , int Jaar 348 gezien moest zyn.Vetâmus heeft drie oude Drukken van deeze Kronyk gezien, waar onder twee,waar in de Eclips staat op de zelfde Jaaren van Conjïantm > en de Olympiaden,die hier boven gemeld zyn; maar in een andere staat deeze Verduistering eenJaar laater, en dit meent hy, dat de beste leezing is : door de Uitreekeningzou, volgens zyn gedagten, de Eclips geschied zyn int Jaar 347 , den 2ostenOctober; het begin, tot Romen, ten Z uur., 25 min. na de middag; hetmidden ten 4 uur., 22 min. ; hetend ten zuur., 15min.; de grootheid ruim7 duim (h). Calvisius is ook van dit gevoelen , en vind de Verduistering opden zelfden dag ten 4uur., 26min., 28 sec. nademiddag; dog hy noemt geenplaats daar hy op gereekend heeft : maar komt het niet wat vreemd te vooren,dat Hieronimus van drie Zon-Eclipzen, die in dríe agtereen volgende Jaarengebeurd zyn , juist maar de kleinste zou beschryven? is het niet waarfchyne-lyker, dat de Zon-Eclips, uit Hieronimus , int Jaar 346 of 348 geschied is?en nog komt my hec eerste Jaargetal veel aanneemelyker te vooren , als hetlaatste. In de zelfde verwarring zou men gekomen hebben door Theophanes,met de Zon-Eclips vant Jaar 348, had hy de dag van de Week daar nietbygesteld.

Int m 2 Jaar van Nabonafstar , den 22sten dag van de Maand GPauni, geschiede een Zon-Eclips, die Theon , de Vader van Hypa- ínTjaartia , tot Alexandrien in Egipten, waarnam; het begin na de naCbri 'middag ten 2 uuren , fo min. ; het midden ten 3 uuren , 4.5 mln. ;het end omtrent ten 44 uur, als Theon verhaalt, in zyn Aanteeke- in-ningen overt 6de Boek van Ptolomeus. Ricdol. in zyn Almages.pag- Z69.

In de Text zyn de Maanden van de Tydreekening na Diocktianus , met deJaaren van Nabonajfar , verward ; want daar ontbreekt iets ; en na het woordNabonastari , zoo moet daar tusschen gevoegt worden , Die 23 Thoth Anno Dio-cktiani LXXX; dit zal de reeden geweest zyn , dat niemand tot nog toe deezeVerduistering gevonden netst. Ik ben verwonderd, dat Ricciolus schryfc, datdeeze Eclips gebeurd is m t Jaar 365, den roden Maart : opdeezen dag kon££en verduistering in de Zon geschieden, al zoo de Maan te ver van de Noord-knoop was. Het 1112de Jaar van Nabonajjar is begonnen int Jaar 364, den

O 2 LHsten

(g) TV I83 , in de Uitgift van Statiger.

t ) Ooctr. Xeujp,, tom. 1 » Ub. 8 , eap. 1 3 , pag. 529; en tom.r.UK. 1 x , çap. 45 , pag. 2*5-