ï i o Onderzoek óver eentje
pag. 5Zs. Chron. Paschale, pag. zio. Idat. Episc.y pag. z3, Amji.1658. Marcel. Com. in Onuph. Pan. 6 z, & pag. 38, in de Ed. vanScaligervan i6>8. Herman Contract. Chron., pag. 116, Ed.Franks.1613. Chron. Mellicen ., col. 189* Chron. Salis burg ., col. 327.
Dog eer dat wy verder gaan , zoo laat ons eerst de klagten van de Heerde Mairan koeren, in zyn Verhandeling van ’t Noorder Ligt (m), daar ver-haalt hy van deeze Verduistering, die hygevonden heest in Nicephorus Calijlus >waar van hy zelfs getuigt, dat het geen van de allergeachtste Schryvers is;daar op vervolgt de zelfde Heer («) aldus : „ Een nette UitreekeDing van„ deeze Eclips, het uur, de grootheid, en andere bepalingen, zouden een„ gedeelte van de zwaarigheden oplossen , (te weeten, die geene, dewelkede laatstgenoemde Heer zigzelven, even van te vooren, had opgegeven)5, en ’t kon zyn, dat die zoo veel bybragten, dat die ai de overigen zouden„ ophelderen; maar behalven , dat de plundering van Romen, door Alaric,„ 't welk men in ’t gemeen vaststelt op ’t )aar 410, zoo onbetwistbaar niet is,„ of daar worden deftige Schryvers gevonden, die daar over onder malkander„ verscheden (0), zoo blyfc 'er nog een andere onzekerheid in de Text van„ Nicephorus , dat is, dat men in ’t alderminst niet ziet, hoever van de voor-„ noemde Term,” (te weeten, de gezeide Plundering) „ en waar dat men„ de Eclips, daar ’t geschil over is, moet stellen, onder zulk een meenigte„ van voorvallen, voorzeggingen, en ongelukken , die de Historie- Schry ver,, op deeze plaats bvbrengt : men begrypt wel, dat een gedeelte daar van„ voor de inneeming van Romen geschied zyn, en een ander gedeelte, die,, gevolgd zyn; maar het is niet gemakkelyk, om die te onderscheiden; ook„ vind men geen Sterrekundige, nog Chronologist, die zig de moeite gege-„ ven heeft 'j om deeze Zon-Eclips uit te reekenen, in de Registers, die an-„ ders zeer wydloopig zyn, en waar in zy ons gegeven hebben een meenigte„ van andere Edipzen, die gebeurd zyn in de lang voorleeden Eeuwen, zoo,, brengen zy deeze maar eenvoudig by; de een op bet Jaar4io, als Ricciolus;„ de andere op 't Iaar 429 , of op ’t Jaar 413, als Hevelius ; of op’t Jaar4i 2,„ als zelfs Hevelius of Lycojlhenes , &c. : wy gelooven dan, dat men ons vry„ zal spreeken, dat wy die langen arbeid niet gedaan hebben, die men zou„ moeten ondergaan, om iets zekers over deeze 8toffe te bepaalen.” ToCdus verre heb ik de Heer de Mairan vertaald : maar het is immers bekend, datNicephorus Calijlus , die in de 14de Eeuw leefde, geheele Hoofdstukken uit'Philojlnrgius heest nagefchreeven, en onder andere verhaalen , meede deezeZon-Eclips. De laatstgemelde Schry ver, die waarfchynelyk een ooggetuigengeweest is, alzoo hy op die tyd omtrent 5oJaaren oud was (p)» verhaalt, dat
dezelve
(ín) Zie La Suite des Memoires de l’AcademieFrançoisede 1731, pas-3 ,2 > &c. Amst. 1735*
(?i) 3!4- 00 Pstav. Doctr. Temp., lib. rj. «p. 50.
. (p) Zie zy n loJe Boek, ’t 6Je cap., en ’t 9Je Boek, t 8ste cap.