of Staartsterren ) uit de Geschiedenissen. 1 67ijséc.i wanneer nu een Sterrekundige zi g op die tyd bevind in deBay van Hudson, omtrent Nelzonshaven, op 56 gr. NoorderBreedte, 90 graaden bewesten Bondon, en tegens den avond dooreen verrekyker Venus in een donkere kamer in de Zon ziet gaan,en de volgende morgen, na verloop van 7 uur., rz min.. 52 fee.,wederom van de Zon ziet afgaan ; als een ander op de zelfde tydin Oost-Indien, omtrent de mond van de Ganges, op 22 graadenNoorder Breedte, 90graaden beoosten Bondon, vind, dat Venusop de Zon vertoefde 7 uuren, 8 min., 42 sec., dan zou men daaruit kunnen opmaaken, dat de Zons Horizontaale Verschilzigt moestZyn secunden (e) : is het verschil, dát Venus op de eerste plaatslanger op de Zon blyft als op de andere, meer als 15 min., 1 o fee.,dan is de Zon nader, en minder zynde, wederom verder van deAarde; dog geen verschil vindende, dan is men niet in staat om deZons afstand te ontdekken ; maar dit laatste zal niet gebeuren,alzoo ’t Verschilzigt van Mars en Venus, na maate van hun afstand,nagenoeg overeen komt, met het geen dat nu voor de Zons Ver-schilzigt genomen word (ƒ). Men heeft door de Planeet Mars aande Heer Halley reeds getoond, dat de Zons Verschilzigt niet klein-der kan zyn als 9, en niet grooter als 12 secunden (F). Op dat danin ’t Jaar 1761 dit uitneemend fraay verschynzel, door een donkereLugt, niet vrugteloos voorby gaat, zoo moest men waarneemin-gen op vericheide plaatzen in Aha en America doen. In’t Jaar1769, den 23Ílen May, OudeStyl, ’smorgens ten 11 uuren, vol-gens de tyd van Bondon, zal Venus wederom ín de Zon gezienworden ; dog om de Parallaxis te vinden, zoo moeten de Waar-neemers dan in ’t Noordelykst van Noorwegen, en in Peru of ChiliZyn. Mislukken nu beide deeze onderneemingen, dat niet te den-ken is, dan zal men door deeze manier geduld moeten hebben totJaar i 874 - ^en 4 7 “ en November, Oude Styl $ maar zekerlyk zalm die lange tyd , al een , of meer Comeeten zig zoo digt by deAarde vertoond hebben, dat men daar uit het begeerde reeds na-genoeg ontdekt zal hebben.
Om dat Ín ’t Nederduits nog byna niets van de Uitreekening
der
<«) Philos. Trans., Nutn. 34 ^,.pag- 454 -
y) Memoir. de l’Acad. des Leien., 172.2, pag. 308.
(§) Philosoph. Trans, Num. 3 66, pag. n 4 .