of Staartsterren ) uit de Geschiedenissen . 2 i y
David Chrijlianus (k) verhaalt , dat onder de Regeering van Keizer Otto deEerste, in ’t Jaar 945 , een nieuwe Ster by CatTiopea verscheen ; uit welkeSchryver hy dit heeft is my onbekend. De voornoemde Chrijlianus was in ’tJaar 1653 Hoogleeraar in de Wiskonst en Wysbegeerte tot Gidsen.
In ’t Jaar 959 is een Comeet gezien, van een droevig of duister Ch J*? u#ligt. Constantin. Borphyr. incerti Continuât. , pag. 28p. Symeon. 959Magist. & Logoth. Annal . , pag. 496. Nt
Is de Comeet net op de dood van de gemelde Keizer gezien, dan moetdie omtrent het midden van November zig vertoond hebben. Dit is de Cd-Meet geweest die in ’t Jaar 1652 gezien wierd.
In ’t Jaar 975 zag men, van Augustus tot October, een Comeet, c . N Jdie men een Baartiter noemt. M. Glyca Annal , pag. 308. Cedre- 9 f)Zr.nus , pag. 6gz. Siméon. Dmelmenf. Hiftor ., pag. 160. Chron. Au-gust. , pag. 34.3. Burkhardi Monach « St. Galli , pag 111.
In ’t Jaar 981» in de Herfst, wierd een Comeet gezien. -^ nna 'les Cœnobit. St. Galli, pag. 12. Joan. Baleus de Scriptor. Angl. jgs/jaa*.pag. 139, Bastl.
Hevelius heeft uyt Pratorius een Comeet, omtrent het Jaar 983 ; en Platina.een, onder Paus Johannes d» 16de; dog ik weet niet wat staat daar op kangemaakt worden.
In ’t Jaar 990 verscheen een Ster tegen ’t Noorden, de glans daar Navan, die de lengte van een schreede had , strekte na het Zuiden ; Christusen na weinig dagen verscheen de zelfde Ster wederom in hetppójaar.Westen , en de Staart strekte na het Oosten. Romualdi Salernit.
Chron ., col. 16+, in Murat, tom. 7.
De Saxische Annalist Q) verhaalt, dat in ’t Jaar 989 Comeeten verscheenen.Inde Histor. Sin. (« 0 » ^n in Monarch. Sin. Tab. Chron. (») vind men eenComeet, die op de &st e Maan gezien wierd, in ’t Jaar 991, dewelke zig nietlang vertoond heeft.
In ’t Jaar 995 , ^ en 10 d en Augustus, verscheen een Comeet,Monast. Hirfaugiw. Chron. Johan. Trithem. , pag. 42. Annal. 9 f j»Lr-
E e Cœnoh.
(st) Anna!. Coraetar., pag-7 fi > GieS - tö 53-W Col. 347> Lipz _ (ro) Pag. rs- V*) Pag. 6 9, kar. lá