van het Menschelyk Gejlagt. 32 ^
maakt is : by voorbeeld, een Vierkant, dat drie ruiten op ieder zyde heeftkan 8maal ; een van vier ruiten op ieder zyde ; , kan yyöomaal veranderd’worden, en zoo voort : het heeft ook wel geen nut ; dog men ziet daar uitwelke wonderbaare eigenschappen dat de getallen hebben. Niet minder*en nog veel verborgender hoedanigheden zyn in de Meetkonst, voornament-lyk, daar dezelve in de Kromme Lynen gebruikt word : dog om niet te veruit het spoor te wyken , zal ik hier van geen voorbeelden geevea.
Om dan ter zaak te komen, zoo is deeerite aanmerkenswaardige zaak,/die ’tGetalons, in opzigt van ons onderzoek, voorkomt, hoe groot ten naastenby het deràn-getal moge zyn der Menfchen, die omrrent deezen tyd te gelyk op de Aarde schen ‘leeven ; dog dit is zeer bezwaarlyk om uit te vinden : hoe wonderlyk veeldat voornaame Schryvers daar in verschillen, zal ik door een voorbeeld aan-wyzen. De eerste Colom heeft Ricciolus meerendeels uit Botterus (/) , detweede heeft Hubner uit Vifflus (m ), de derde is uit een Geographifche Tafeí (n)en de vierde heeft Rabus uit Fojsius (0). J *
Vrankryk —, — ,— —
Italien , Sicilien , en andere Eilanden
Groot-Brittannien — — —
Duitsland , het bovenste deelDe Nederlanden , of 17 ProvinciënSweeden, Denemarken, en Noorweg,Mofcovien in Europa — —-’tEurop. Turkyen, Griekenland, &c.Poolen en Pruislen — — —
In Asia -— — — _
In Africa — — — _
In America >— — _
Op de geheele Aarde — —
Het eerste uit Botterus , wegens Eurom , ,
Pojfius, gelyk in ’t vervolg nader zal blyken.’ S VCC beter als dat van
Ss 2
Men
Millioenen.
Mill.
Mi!!.
Mill.
10
L
6
2
19 of 20
5
■ 20
5
11
2
11
3 .
4
3
8
2
20
^ 5
2°
5
4
5
2
£ 8
>
i
4 s
8
16
I
3
16
5 |
16
5 -k
6
i s
7
z i
ICO
Z0
117
3 i
500
3 °°
100
z
to
0
O ■
Ì 100
900
430
, 0 ) It> zyn laatste Boek van de Géographie , pg» t ,
(/'O Hubner Kort Begrip van de Oude en Nieuwe r* ’ , n . et * l67ï *
Pojsius Var, Observ., Lond. 1685. ograplue, pag. ry, âtust. 17075 ui;
(V In ’t Jaar 1704, door C. Specht, tot Utrecht uitstee™*
0>) Vermaakelykheeden der Taalkunde , Pag. 215 u-ril 5 j’ rnnneeft m ’t uittrekken, uit Vossius, gemist. ’ * ^otterd. 1638 ; de een of de ander