i6 I. Hoofdst. BESCHRY VíNG
ken alhier het Keisers het Kleine S. Quirijns Ba-den uit.
Boven defe, 'binnen de Stads-Muuren, ook welnaast by malkanderen, ten dele ben even, ten dele in*de Gragten, springen noch andere warme Wateren ,die vvy voor het twede stag houden, en Swavelig,Zout- en Salpeterachtige zullen noemen, en uit delebestaan dat van S. Corne lts het Rosen j en het Com-phüis of Armen Bad.
De Wateren van het derde flag t die uit andere ei-genschappen en vermengingen ontstaan, en die leerhoopswijs en heet voortvlieten,konnen wy Zout-enAluinachtig noemen. Doch wat’er nu tuilen de hiergemelde warme Bronnen en Fonteinen voor een on-derscheid is, wat ook een yderdaar van voor eigen-schappen en hoedanigheden hebben, daar van sullenwy in ’t bysonder van elk op fijn plaats verslag doen.
Van dele en diergelijke prijs- en gedenkwaardigefaken heeft onlangs een geleert Digter dele LatijnseVerlsen gemaakt:
Vers m Magnifie a antìquos Annales Urbis Aquenfis
Stíd d Z §** frissere, fidem faciunt J illustrions olimBaden. Ante alias Mundi tituli G honoribus urbesHanc pracejfijfie 3 Imper ii Sedemque fuiffeí Bracipuam . Bellis (§ tempestatibus atta.Temporis adverfi Heet augustijfima RegniAtria perdiderit ; vestigia clara fuperfunt jQua Majestatem Solis Regalis apertec Demonflrant. Siquis praclaraTalatiaJTbermas ,Sive Salutiferas morbis lethalibus undas ;
Turres j V Fontes } Fora > Mania 3 Templa Rla-teas
Aspiciat; meritos mìrabitur Vrbis honores.
Die