zS I V.HoosdJÌ. BESCHRYVING
warmte uitbreid, hoedanige íìjn L, P. 8. A. B. D, G. H.So byaldien, dat nu hier boven sich eenig Wateronthoud, by voorbeeld B. so is het seker, dat doorde heetste uit de Vuur-Fontein A. opgestegen dampenen uitwasemingen door de Goten A. B. de boven inde B. staande Wateren seer heet moeten werden,ge-lijk als geschied in den Bultcamus te Vit er ben , opVulkaans-bcrg -, in den Berg Hecla en dergelijke.Maar wanneer dese vuurige dampen door het Water-Canaal L. R. S. in de Bron V. sullen gekomen fijn»öntstaat’er een kleine warmte in het Bad-water 8. ennoch minder in de W. en niet de minste werd daarvan in de X. gevonden » alleen daarom, datse so vervan de A. fijn afgelegen, datse alle hitte en warmteverhelen , en t’eenemaal weer koud werden : Evendát selve geld mede van de vuurige Buis D.G. H. doorwelke de vuurige Geesten gaande, sich uitstorten inde Water-kommen E. F. welke hare Wateren aan deBronnen Z. en V. verdelen. Ook zo kan het som-tijds geschieden, dat een Vuur-bron nevens een Wa-ter-kom,geraken by een Water-fontein, gelijk menmag afnemen in de Vuur-kom D. dewelke met vuuri-ge dampen het Water omvangende, seer heet maakt,waarom dan dese in de Baden Y. gestorte Waterennoodsakelijk seer heet moeten wesen.
Het schijnt, dat Vader Kircherus heeft willen vol-gen den aart en de geschapenheid van de kleine We-reld , QMicrocofhus') versta des Menschen Lichaam,in het welk de Slag-aderen onder de Aderen leggengeplaatst, die, gelijk als vuurige Buisen en Kanalen,met sich slepende de natuurlijke en levendigmakendcwarmte, deselve aan het gantse Lichaam en aan hetBloed meededeelen,gelijk als de vuurige Goten der
Aar-