tan de STAD AKEN, etc. 39
Aarde ook aan de Water-goten en Buisen derselvermededelen -, waar van wy breder op het einde van ditHoofdstuk spreken susten. Ook kan *t gebeuren, dat De dadelijkhet vuurig Canaal maar alleen aanraakt en roerd het^
Water van de Waterpijp,en teftens den vlam voort-brengt, en water uitgiet,dat naaulijks sal warm sijn,^w datgelijk als men mag afnemen aan een brandendeFon-^^ ^tein in hetDauphinee, eenLandschap van Vrankrijk , ar eii 'alwaar de vlammen te gelijk met het water voortko-men , en de vlam het water pas warm maakt, Lce.
D. du Glos in fijne Aanmerk . van de Miner. Wate-ren.
Op dat sy dele meiningen en gevoelens souden mo-gen staande houden, moetense sich ook inbeelden,dat of het Vuur sich soekt met het Water also te ver-eenigen,dat noch het Water het Vuur komt te lesten,noch het Vuur de by hem gelegen Vochtigheid te ver-teeren, dat t’eenemaal strijdig regens de waarheidschijnt j Of dat ook d’onderaardse Wateren gestadigals in een Ketel gehouden en warm gemaakt moestenwerden.
Maar waar van daan komen doch dele Mineralen ?
Waar komt doch de hitte onder d'Aarde van daan,daar nochtans geen Vuur gesien werd ? So als menook hier, en op vele andere plaatsen geen Vuur siet.
Waar van werd doch dit Vuur aangestoken? Waar-om vliegt het niet weg? Waarom gaat het by gebrekvan lucht niet uit? Waar mede werd het onderhou-den en gaande gehouden, dat het so honderd, }aduisendjaren heeft mogen duuren ? Het Vuur sonderbrandbare stofte is niets, legt den geleerden Scaligerin fijn ix. Oejfen. aan Gardanus.
En om dele redenen en oorsaaks-halven komense
niet