van de STAD AKENj etc. 79
so veel als anders* doch is wat week van Vis, hoe-wel datle in koude Vijvers hard genoeg werd.
Daar nu dit warme Water sich in de gemeeneBeekvermengd en Laauw werd, daar drijft het een Molenom in de Weiden, eer dat het met het koude werdvermengd, dat ook de leer Heete doen konden, in-dien datse alle wierden samen gevoegd.
HierKooken de Bad-Meesters d’Eieren in 't heeteBron-water-, doch dat om te verwonderen is, den 1 e 'Doijer werd hard, konnende met de punt van eenMes werden uitgchaald, terwijl het wit daar van weekof lacht blijft.
Dele Burscheider Wateren, werpen wijd van át Slijk derBron in het Beekje, een swarte Stof uit, niet onge- à-à —lijk aan een doorweekte Stof van Steen-kolen j maardie in de Stad een witte Kleiachtige en Zwavelachti-ge; doch beide so weinig, datse van geen nuttigheidlijn. De Waters vanBurscheid hebben meer Sand inals de Stads Baden; in’cBad-Souc sijnsc schier gelijk;nochtans is het Sout te Burscheid wat onfuiverderengraauwer, lijnde ook daarom mifïchien niet so krach-tig*
Echter brengense de Swakken , en met íleepend &Werkln~Siektens beset , geen klein voordeel toe; inson-^»-derheid aan die geene, welke dat de Stads Baden nietkonnen uitstaan :Sy lijn dienstig voor die met Trek-kingen, Stuipen, Beroerten en Lammigheden aange-tast fijn; ook voor de mee Hoofd-en Borst-Sinkingenbelechte ; voor de al te vochteen walgachtige Magen,wel meest, na datse door het Spa-water te leer lijnverkoeld ; voor de Waterfuchtige en voor de Suchtach-tige en Slijm-Gefwellen ; Sy verbeteren de al te voch-te Baat-moeders, mitsgaders de Vloeden derselve,
waac