van de STAD AKEN, etc. c)5
neer deSiekte eenigeLichaamsOeffening verhinderd,mogen sy dese Schade, met haare Lichaamen wel redoen wrijven, verletten.
Na dese Lichaams-Oesseningen mogense Spijs ne- ^ elktmen > echter altijd een sodanige die vochtig is, name-líjk, Lepel-kost, die het Lichaam open houd, d^A-*» welke'deren niet verstopt, noch den Buik door Windenopblaasti als daar fijn de Sappen en Afkooksels vanKaasjens-bladen, Artiesokken, Spenagie, Latouwe,Porcelein, Bernagie, Oslentonge, Kervel,Endi vie,en wat dies al meer is; of vers Vlees-Nat, of Ta-natel j of een Gersten Papje, of iets diergelijks.
Voor hun Middag-maal konnen sy dan tot vasterSpijs overgaan, hoewel tot geen andere, als die goedvan Sap,en licht te verteeren fíjn. Alfo fijn van hetVlees goed het Kalfs, het Hameien, het jonge Run-der, het Haasen, Konijnen en Geiten-Vlces. Mits-gaders Hoenders, Capoenen, jonge Haanen en Dui-ven i insonderheid Patrijsen, Veld-Hoenders, Tor-tel- Duiven , Hout-en Hasel-Hoenders, Quartels,Lijsters, Meerlen, Leen werken, en Bos-ofWoud-Vogelcjens, &c. Ook fijn d’Eieren, insonderheidde verste, en om te slurpen, seer gefond.
Voor oud en taai Oslèn- of Koejen-Vlees, voorBokken-, Paarden-, Harten-, Zwijnen- of Var-kens- , en allerlei gefoute of gerookt Vlees , moetmen sich wachten ; als ook mede van allerlei Penferyof Afval der Dieren-, als daar fijn de Lever, Mild,Nieren, de Herslenen, Kraak - beenen , Darmen,Worsten, Beulingen, Pooten, Vet, Merg-, voortsLenden en Gansen, en alle Poel- en Moeras-Vogels.
Van de Vissen de Barmen, Karpers, Aal en Paling,
Zeelt, en al wat geen Schobben heeft> als mede Ha-ring,,