§6 VIII. Hoofdst. BESCHRYVING
ring, Bokking, Abberdaan, &c. Allerlei raauwcLomer- en Herfst-Oofc en Vruchten , ook Peulen,Erweten, Bonen en diergelijke; harde Eieren, Melk-Spijsen, Pap en Bry; Gebak en Deeg-werk; oude,rotte en wormsteekige Kaas, &c.
Drank. Den Drank sy goede, heldere, witte, geen sterkenoch ook suure, Model-Wijn; wel gekookt en ge-gist, niet te sterk gehopt, noch al te suuren Bier.Ook dient men te weeten, dat men onder 't Badenspaarsamer moet eeten en drinken als anders. Ookmen sich hoeden van terstond na het Baden koudwater te drinken.
Het Lick - Eindelijk moetense ook forge dragen, datse haaraam moet Lichaam niet door te veel Waken, Sorgen, Stude-™etmoái rcn , Mediteren, Byslapen, of andere buiten-matigewerden. Oefteningen afmatten en uitmergelen : Sy moeten fichmede voor Toorn , Gramschap en Ontsteltenistènwachten : Want feer wel fegt den wijlen SalomonSftrenk. xvm. <vs. n. Een blijd herte fal de Medi -cijne goed maken , maar een verftagen Geeft fal hetGebeente verdrogen. Sy mogen derhalven hun tijdmet vermaak en kortswijl, met foeteSamenfpraaken,met Jok en Spel, Musijk , en wat dies al meer is,doorbrengen.
Open Lijf. Men houde open Lichaam en dagelijkfen Stoel-gang, door lachte en week-makende Spijs, en wilfulks niet helpen , door Buik-fuiverende Genees-middelen , ook door Zet-Pillcn en Klisteren , teneinde daar geene aan het Baden hinderende Toeval-len mochten ontstaan.
Koppen. Sy mogen sich ook doen Koppen, dat alhier feerbekwamelijk geschied ; en laatse van hunnen Doctorvernemen waar, wanneer, hoedikwils, en hoe veelKoppen fy sullen gebruiken. Een