n6 X. Hoosdfl. BESCHRYVING
L. In hec uicerlijk Gebruik der Baden is het Waterschets tuf ^Eviger heeterj en by de Bronnen is 't Water veelfenhet à- heeter, ais daar van. Ook ib is het heerer door Uit-'den en gebreidheid, wijl dat veel Water meer en verder deDrmken. Warmte als een weinig in iich begrijpt. Nu so om-ringt den Mens meer en grooter Hitte in het Bad, alsal dat gene dat’er na den Raad des Genees-Meesterswerd ingenomen. 3. In ’t Bad blijft meest: de dade-lijke Warmte , ook kanse lichtlijk door bykomendvers Water vermeerdert werden, en het Lichaam werddien gantièn Tijd door de heete Dampen en Uitwaas-semingen teer vermoeit} daar hier regens in de Maagde warmte afneemt of uitdampt: Want in deselve isniets so sterk warm-makend , dat de werkelijke Warm-te konde onderhouden. 4. In het Bad is hec heeleLichaam omringt, noch kan de warmte so niet uit-dampen } daar-en-tegen als hec Water werd ingeno-men, so verliest sich de warmte, wegens de gestadi-ge Uit- en Doordamping. 5. In ’c Bad pleegt meneen Uur, ook wel wat langer te blijven} doch van lan-ger verblijf doordringt de Hitte veel meer. Daar-en-tegen s loopt het gedronke Water snelder voort, enloopt teftens door, niet konnende dies wegen sodani-gen Geweld in het Lichaam verwekken. 6. In hetBad kan de niet so tengere of gevoelige Huid sondergrooteBeswaaring de grooter Hitte beter verdragen,als de Tong, de Kaaken en de Keel. Dus konnenwy in dat seisde Water, dat de Tong, ’t Verhemelt,de Keel niet mogen verdragen , gevoeglijk Baaden.Deese groote Warmte , hoewel datse aan de Huidniet so lastig valt, so kanse dochd’innerlijkeDeelen,als de Lever, Nieren, &c. wel verwarmen. 7. Inhet Bad, benevens d'ons omgevende Warmte, haaien
wy