VAN DE STAD AKEN, etc. 127
wy ook de warme Lucht en Damp in ons, en dies-halven so werden wy uiterlijk en innerlijk verhit:Daar-en-tegens, wanneer dat wy warm Water drin-ken, fijn wy van de koude Lucht omringt, en haa-ien ook deielve in ons. 8. En wat is’er doch eind-lijk klaarder, alsd’Ondervinding? Wie is’er,dienietbekend, dat hy van een klein verblijf in ’t Bad meerwerd verwarmt, als ook door veel water drinken? Diedit soude tegenspreeken, die verdient gants geen Ge-loof; wijl dat’er so vee Ie Menschen fijn, die na eenkort Verblijf in ’t Bad Sweeten, dorst krijgen, heetwerden, ja datfe ook somtijds van fich selfs vallen:Hoedanig dat van’t Water drinken tot noch roe noitis bevonden : En op dat wy ’t met een voor handen B° ere »lijnde, of liever een tegenstrijdig Voorbeeld soudenbestuiten ; veel min verkoelt een Kan of Mingelenkoud Water gedronken, als dat’er iemant een uurlang in koud water soude Baaden. Die suiks niet wilgelooven,die was waardig,dat men op fijn Huid daarvan een Proef nam.
Gesteld ook (dat echter tot noch toe niet is he-wescn) datdeBad-waters met haare dadelijke Warm-te schadelijk waren; plegen dan de Medici niet scerdikwils vooreen koude Maag, ten deele dadelijkewarme, ten deele warm-makende Genees-Middelenvoor te schrijven ? Of wel de Lever heet is, so ge-bruikt men doch somtijds eenige koude Dingen : Waar-om konde dit nu mede niet geschieden in het warmeWater drinken ? Sekerlijk wanneer dat koude, of ver-koelende Medicijnen tegens d’uitrermaten Warmtekonnen gebruikt werden, waarom souden wy dan ookniet met eenige koude de overige Hitte der Bad-Wa-teren konnen maatigen ?
Maar