Of Salpe'ter warmef koud is.
ï44 X. Hoofdst. BESCHRY VING
dige Warmte na buiten: Ook brengt het daar medegeen nadeel toe ; maar 'c verfrist, en verwekt veelmeer de natuurlijke Warmte.
Doch laat ons deeie laten varen, en ons schikkenna die geenen, welke dat van de Baden hebben ge-schreeven, dat de daar toe gaande Stoffen fijn Zwa-vel, Berg-Sout, Zee-Sout, Salpeter, Vitriool, A-luin, &c. Van den Zwavel is boven gehandelt. Ofnu de Verwarming van d’andereSouten af komt, wil-len wy kortelijk doorsoeken. Laat dan nu in ’t A-kense Water al eens wat Salpeters, Aluins,gegraven,en Steen-Sout, (JSal Gemma & Fojfilis) ja ook Vi~of Koperrood Lee. fijn, lbo konnen alle defe aanhet Water geen verwarmende Eigenschap mede-dee-len. Van den Salpeter, die onder alle Souten hetsterkste is, moeten wy hier iets gewagen. Onfe We-derpartijders sullen uit hun eigen, maar niet uit an-dere aangenomenSchrijveren Gelach voorgeeven,dathet warm is. Indien dat wy even eens met het Aan-sien en Gelach der Auteuren of Schrijvers wilden kam-pen, konden wy een groot Aantal van treffelijkeSchrijvers bybrengen, die meinen , dat de Salpeterkoud is. Maar wy wjllen niet met deese, maar metArgumenten en voldoende Redenen te velde koo-men.
■ Noch geene Auteuren hebben wy geleesen, diedaar leiden, dat den Salpeter volkoomen warm is.! Diofcorides en Mathiolus hebben sich daar over nietverklaart. Sennertus meind, dat de Salpeter eenigewarme Geesten heeft, gelijk als andere gemengdeDingen -, nochtans dat de Koude ten deeie <j’Ó verhandhad, en daar van moet ook, als van het Voornaam^-ste, de Gemaatigtheid werden genomen. Maar de
Na-