van de STAD AKEN,etc» 145
Natuurlijke Reden overtuigt ons overvloedig , dat deSalpeter niet warm, maar koud moet weien.
i. De Natuurlijke Salpeter (wy spreeken hier niet WatSatyvan den Salpeter, die uit den Pis der Dieren werd ge - ter "•maakt) is een Sweet der Steenrotsen, gelijk als denRoest des Ysers, of des Lootwits van ’tLoot: Watnu van de Klippen of Steenen afkomt, moet ook vandersclver Eigenschappen hebben. De Aarde enSteen-Rotsen sijn koud, &c.
z. De Dieren, welke dat Salpeterachtige Waterendrinken, werden vet: Sy fíjn dienstig voor de Wei-den en Akkers i dat Bewijsen sijn der Koude in denSalpeter- want de Hitte vermagert en verdroogt.
z. Daar sijn ook eenige Minerale Fonteinen feerkoud: Ook io verkoclcnlc dieie drinken, als wel in-sonderheid (om meer andere te Twijgen) is te Spa ^ deTonnelet genaamf * en waar van anders, als van hetSalpeter? Mislchien sullenledit loochenen, gelijk al ssedaar in geleert sijn. Maar wy willen den Hoog-Geleer-den van Heers meer gelovenjdie soo wel met schrande-tt Argument ent ook met Gesach en Aansien de Kou-de van den Salpeter heefr bewesen, seggende: Spada -crene Cap-S- à voorwaar de Fontein vanTonnelette Spa j Salpeterachtiger als andere Jijnde deelt denMondende Maag een stodanige Koude mede ^ als wei-nige konnen verdragen.
4. Ik vraag-, waarom dat Sout de Tanden hunne VerscheldeStompigheid beneemt* de Salpeter niet alleen die ni oxUitwer-beneemt, maar eer veroorfaakt ? Voorwaar de ver-scheide Uitwerksels geevenniet anders als het Tegen - en P dcTdeel derOoriaaken te kennen. Aristote les 3 die dit ár.Vraag-stuk Self. 7. voorstek, is van die Meining,dathet Sout de Stompigheid der Tanden beneemt ; wijl
T het