VI. Les.
50
Aanbotsmg van
GEVOLG.
40. Hieruit kan men in de Aanbotsing van veerkragtige lighamen,waarvan het gewigt van ’t ééne maar bekend is, het gewigt van ’t an-dere vinden door de Snelheid der lighamen voor en na den Stoot ga-de te slaan. Bij voorbeeld indien het gewigt van ’t kleine lighaamonbekend is, verdeel dan de Moment-kragt van het groote lighaamdoor de Som der Snelheden van het kleine lighaam voor en na den
Stoot, gelijk hier in de V de Proef Fig. 5. —— 2, het gewigt
van ì lighaam A. In de VI de Proef, Fig. 6. onderstel, dat het ge-wigt van ’t lighaam C onbekend was. Verdeel de Som der Moment-kragten van À voor en na den Stoot door de Snelheid van C na denStoot; dat is, if x 2+9* 2 = 48, verdeeld door 6, de Snelheid vanC, geeft 8 voor deszelfs gewigt, enz.
41. Dewijl men nu door 24, de Moment-kragt gegeven aan A inde V de Proef ( Fig. 5.) een Moment-kragt krijgt van 32, voortge-bragt in B; en door 30, de Moment-kragt van A in de VI d * Proef(Fig. 6.) een Moment-kragt van 48, voortgebragt in C; en door36, de Moment-kragt van A in de VII de Proef ( Fig. 7.) een Mo-ment-kragt krijgt van 64, voortgebragt in D, zou iemand zig kon-nen verbeelden, dat Beweging door de Aanbotsing van lighamen ver-groot kan worden van een kleine tot een veel grooter Moment-kragt,waarvan men zig in Werktuigen zou konnen bedienen. Dit heefteen zeer geleerden en verslandigen Heer zig doen verbeelden, dat opdit Grondbeginsel de eewigdurende Beweging niet onmogelijk was ;inzonderheid wanneer men aanmerkt, dat, indien een Reeks van veer-kragtige lighamen elk grooter, dan het voorgaande, in een Meetkun-stenaars Trein [Geometrie al FrogreJJion ] op dezelfde hoogte zoodanigworden opgehangen, dat hunne Middel-punten zijn in dezelfde Lijn,door het kleinste lighaam te laten ftooten met eenigerlei Moment-kragttegen de overigen de Beweging voortgezet zal worden door de geheelsReeks van lighamen, zoodat ze het laatste (’twelk het grootste is)voort doet gaan van de overigen af met meer Moment-kragt, danhet eerste aanbotste, in eenigerlei Evenrigheid. Dit zal duidelijkerworden door de drie volgende Proeven,
VIII. PROEF.