van bewegende Lighamen.
n
„ gens het niewe gevoelen) hetwelk nooit„ geschiede. "
Niettegenstaande hetgeen ik gezegd hebwaar zij, is het gemakkelijk dit Verschijn-sel met het niewe gevoelen overeen tebrengen , zoo door een verdere Proefmet dit Werktuig, als door Redenkaveling.
I. PROEF.
Laten we onderstellen, dat 'er aan hetééne end van den Slinger een koperen Ke-gel is vastgemaakt , die met het regtopstaande stuk V ( Plaat VI. Fig. 9. ) hetgeheele Werktuig P P V niet zwaardermaakt, dan 3 W. Laat dan dezen Slin-ger , hem gelige hebbende tot 20 op denverdeelden Boog, los schieten, zoodat,wanneer het gedeelte V regt boven O is,de Kegel zal stooten tegen een lighaamvan Klei, gezet in de holte van een bakje,vastgemaakt aan een regtstandig stuk, enmeet dan den put, die in de Klei gemaaktis. Hang den Klei - bal abc op, gelijk te-voren , zoodat P V P, vallende van N°. 20,den Klei-bal meeneemt, eer de Kegelstoot in de Klei (waarvan een ander ge-deelte voor den Stoot bloot staat) en gijzult vinden , dat de put, gemaakt doordien tweeden stoot, maar half zoo grootis, als de eerste put was. Hieruit blijkt,dat dezelfde Moment - kragt verschillendeputten maakt , maar met verschillendeKragt , nemende het woord Kragt in denzin van ’t niewe gevoelen, in welken zinde Plaat de helft van hare Kragt verspildhad (dog zonder eenig verlies van Mo-ment - kragt , gelijk we in ’t breede bewe-zen hebben) in ’t meenemen van denKlei - bal, en de andere helft in ’t makenvan den put in deze tweede Proef; daarze hare geheele Kragt verfpille in ’t ma-ken van den put in de eerste Proef.
NB. Ik beken, dat ik deze twee laatsteProeven zelf niet genomen heb; maar uitde Proeven van de Heeren ’s Gravefandeen MuJJcbenbroek heb ik afgeleid, dat zeop deze wijs zekerlijk moeten stagen.
Ik zal nog maar ééne Proef melden tenvoordeele van het oude gevoelen, die
II. Deel.
geene waarfchijnelijke tegenwerping on- yi. Lcj.derhevig schijnt.
II. PROEF.
Aan de waterpasleggende plank G G(Plaat VU. Fig. 1.) geschroefd aan de Pt. VII.zolder van een kamer, maakte ik vier dun- Fig. 1.ne draden vailaCb, eCd, eDƒ, gDh,welke draden , gaande door vier Oogenvan de Knopjes C, C, D, D, veertienVoet beneden GG in een waterpas standhielden de twee ijzeren Rollen A en B,één van welke B een Loop van een Snap- p t . vi.haan is, met een holte in E , met een Fig. p.Laadgat in H, en een Neus F om in deandere Rol in te steken ( gelijk afgebeeldwordt in Fig. 2.) opdat beide de Rollen, Pt. VILwanneer ze ophangen , samen mogen han- Fig. 2,.gen, als of ze een stuk waren, omdat deafstand AB grooter zijnde, dan de afstandab van de draden boven, de twee gedeel-tens A en B bij elkander gehouden wor-den door haar gewigt, schoon de Neusvan B zoo gemakkelijk schiete in de holtevan A, dat 'er geene klemming of Schu-ring plaats heeft. Het gedeelte A is tezien in Figuur 3. en ’t gedeelte B in Fi-guur 2. A en B wegen net even zwaar ;maar, wanneer het noodig is, kan het ge-deelte B tweemaal zoo zwaar gemaaktworden, als A, met daar over te schuivende holle Rol, afgebeeld in Figuur 4. zijn-de de holte LM wijd genoeg, om over Bte schieten, terwijl de Knopjes DD in desteuf LL konnen schuiven. NB. De en-den A en B z ; jn kegelgewijs gemaakt , omin hunne Beweging gemakkèlijker door deLugt te vliegen. De Proef, met dit Werk-tuig te nemen, is als volgt; Vul de holteE van ’t gedeelte B met Kruit , en vulhet Laad-gat in H, zie Figuur 2. Zetden verdeelden Boog OP onder de samen-gevoegde Rollen, dato Graden zij onderde plaats, alwaar de Rollen samengevoegdzijn. Steek dan het Kruit aan door eendraad, met Salpeter doortrokken, te leg-gen over H, en de gedeeltens A en B zul-len van elkander vliegen naar O en P elkI even ver, gelijk men zien kan aan de Gra-K den,