Band 
Tweede deel.
JPEG-Download
 

van bewegende Ligbamen volgens Stübner. 105*

worden; maar wat datgene belangt, waarvan hij ons beschuldigt, wij zijn 1'er zoo ver af, van daar schuldig aan te wezen , dat het zelf uit hoofdevan de Tijden in de Rekening te brengen geschiedt, dat we staande hou-den , dat de ingedrukte Kragten ( Vires imprejja) zijn, gelijk de Massaas,vermeenigvuldigd door de Snelheden der lighamen, die ze in Beweging bren-gen, indien de Tijden, gedurende welke zij werken, evengelijk zijn; en datdie Kragten zijn, gelijk de Uitkomsten van de Massaas, vermeenigvuldigddoor de Snelheden, verdeeld door de Tijden, indien de Tijden hunner Wer-kingen verschillende zijn.

Het is ook in gevolg van een regte agtgeving op de Tijden, dat we blij-ven staande houden , dat de Kragten van lighamen, die reets in Bewegingzijn ( Vires motrices , of infitesj altijd evenredig zijn aan de Momentkragtenzelf, of gelijk de Uitkomsten van de Massaas, vermeenigvuldigd door deSnelheden, omdat, hetzij de Tijden, gedurende welke die Kragten voorge-geven worden te werken op de lighamen , lang of kort zijn , de lighamendezelfde Uitwerking zullen voortbrengen in elk oogenblik van de During derBeweging ; en, dewijl de Kragten, in die lighamen inhangende, nog toe-nemen , nog afnemen in eenige Reden van de Tijden, zoo moeten gevol-gelijk die Tijden natuurlijk ondersteld worden evengelijk te zijn, of andersgeheel uitgelaten worden uit de Uitdrukking der Kragten, in die bewegendelighamen inhangende. Onze Schrijver voegt 'er voor zijn besluit bij , dathij zijne Leer zou konnen ophelderen met een groote meenigte van voor-beelden in veerkragtelooze zoo wel, als veerkragtige lighamen ; maar dit be-waart hij voor een ander Vertoog, hebbende dit alleen geschikt tot een al-gemeene Betoging van de maat van Kragten, afgeleid uit de Grondbeginse-len van de Kragtkunde, waarin hij volkomen vertrout, dat hij wel geslaagdheeft: want hij besluit met God te danken (voor zijnen gelukkigen uitslag,denk ik) met de volgende woorden, „ God, den beften en grootjlen , zij Lof ,„ Eer en Heerlijkheid tot in der Eewigheid. Amen. ”

Niettegenstaande dit groote vertrouwen van onzen Schrijver van wel ge-slaagd te hebben, was hij evenwel, indien hij zijne Voorreden (volgens degewoonte van de meeste Schrijveren ) na zijn Vertoog geschreven heeft,toen nog twijfelagtig, of zijne Betoging (gelijk hij ze noemt) wel genoeg-zaam zijn zou, om de aanhangeren van het oude gevoelen tot het nieweover te halen : want hij zegt in die Voorreden, dat, in geval dit Vertoogde gewenste Uitwerking niet mogt hebben , ,, hij nog vier bijzondere Be-„ togingen heeft van het gevoelen van Leibnitz (of van het niewe gevoe-„ len ) waardoor zijn hart (schoon hij betuige bereid te zijn, om het Kar-„ tesiaanse, of het oude gevoelen, aan te nemen, wanneer het duidelijk„ betoogd zal zijn) zoo kragtig overtuigd is van de waarheid van het niewe„ gevoelen, en in dat stuk zoo wel gevestigd is, dat hij naaulijks kan den-II. Deel. O „ ken,

. Les.