360 Leibnitz gcàagten over de verandering
x, Les. 32. Op de Proeven, die genomen zijn, om met de Barometer dehoogte van bergen te meten, kan men veel minder staat maken, dan
men
Pt.
XXXIV.Fig. 8.
De Proef nu, die hij eerst voorstelde,is gants niet moejelijk, en kan genomenworden op de volgende wijs en met denvolgenden uitslag.
PROEF.
Laat BCD (Plaat XXXIV. Fig. 8.)een glazen Buis wezen, of een lang Glas,van twee of drie Duim Middellijn, han-gende in A aan één van de enden van eenBalans , en laat het met Water gevuldworden ter hoogte van SS. Men late daneen hol lighaam van lood a b , gelijk eenei, met een open gaatje a in het bovenend, en een gaatje in het onderend in bmet suiker toegestopt drijven in ’t Water,welkes Oppervlakte het zal doen rijzentot ss. Stel dan in een Schaal aan het an-dere end van de Balans een juist tegenwigttegen dit alles. Men zal zien , wanneerde suiker in b smelt, dat het Water vanlangzamer hand in de holligheid van ditlooden ei zal loopen, terwijl 'er de Lugtuitvliegt in a, totdat het vol zij ; en danzal het zakken in de Buis , bij voorbeeldtot cd, de Oppervlakte van ’t Water ookweer zakkende tot S S. Men zal het tegenwigt zien overwegen, en de Buis methetgeen 'erin is rijzen , niet omdat debodem C D minder geperst wordt, uithoofde dat het lighaam valt, en al zijngewigt verliest, ’twelk te voren een ge-deelte van de geheele Vloeistof uitmaak-te, maar omdat het Water, in het ei loo-pende , zakt van xx tot SS , en de Ko-lom van Water x CDx van hare hoogteheeft verloren, naar welke het perste, engezakt zijnde tot SS, alleenlijk weegt,als de Kolom S C D S, welke minder hoog-te heeft, Les VII. N°. 17 en 18. bladz.127 en volg. Terwijl het ei in abis, voegthet bij ’t gewigt van de geheele Vloeistofzooveel, als of 'er een evengroot Volu-men van Water werd bijgegoten, en dat
wel hetzij het ei loortonderscheidenlijkzwaarder, of soortonderscheidenlijkligter,dan Water, of van dezelfde soortonder-fcheidende zwaarte zij. Wanneer het eizakt, perst het op de Kolom van Watercefd , en werkt derhalve sterker op denbodem C D naar Evenredigheid , dat hetvertraagd wordt in zijnen val : want in-dien de Buis lang genoeg was voor het ei,om vertraagd te worden door den Weer-stand van het Water, totdat het tot eeneenparige Beweging kwam , zou het deKolom van Water cefd genoeg persen,om ’t gebrek van Water in de RuimtexSSx te vergoeden , en het Evenwigtzou hersteld worden.
In No. 4. zegt Raflius ,, Laten we nu,, met weinig woorden onderzoeken ,,, waarom Desiguliers en Leibnitz in dit,, stuk niet overeen konden komen. We,, onderstellen, dat het geheele werk hier,, hapert , namenlijk het Grondbeginsel,, en de Proef van Leibnitz zijn het on-,, derwerp van ’t geschil. Desaguliers,, tast met zijne tegenwerpingen het,, Grondbeginsel, of deze Stelling , na-,, menlijk dat' l'gbarnen in bare valling,, niet voegen , niet eens aan, dat is, niet„ regtstreeks , zoodat hij niets ontkenne„ van ’tgeen in de Betoging ondersteld,, wordt, of een Bedriegreden in dezelve„ aantoone ; maar alleen met hetgeen,, hij bijbrengt uit eenige Grondstellingen„ van de Waterweging iets tragte op te,, maken, ’tgeen dat Grondbeginsel over,, staak zou konnen werpen. Hij zegt,,, laat AB de bodem zijn van een vat,, enz. ”
Dit nu zeg ik niet met uitgedrukte woor-den , maar ’tgeen ik bewijs komt uit ophetgeen ik nu zeg , namenlijk dat ligha-men, in Vloeistoffen vallende, in hunnenval wegen, en we! met al’tgewigt, waar-meê hunne soortonderscheidende zwaartedie van de Vloeistof te boven gaat ; en