X. Les.
Pi.
XXXIV.t'ig. z,
Pi.
XXXIV.
Fig.
362 Leibnitz gedagten over de verandering
den berg , om te zien, hoe hoog de Kwik daar stond. Dan goterïze de Pijp leeg, om het Instrument te dragen tot de hoogte, alwaar
ze
haar alleenlijk, als Volumens van zulk eengrootte, die, hetzij ze in het ééne of inhet andere gedeelte van den Dampkringwaren , door hare verplaatsing de hoogtevan den Dampkring niet veranderden, enderhalve deszelfs Persing ook niet veran-derden. Het is een verkeerd begrip zigte verbeelden , dat de Dampkring, de-zelfde hoogte behoudende , in Persingmoet veranderen, zoo dikwijls zijne Schaalvan Dikte [Denfity] van Lugt verandert.De misleiding ontstaat uit gebrek van deWaterwegers Wonderstelling te verstaan,of regt toe te paffen. De Persing op denbodem van eenig vat, bij voorbeeld A B( Plaat XXXIV. Fig. 2.) is altijd de-zelfde, wanneer de hoogte dezelfde is,schoon de Hoeveelheid van Stof nog zooverschillende zij, zoodat de Kolom C A B Dverminderd of vermeerderd kan wordenin eenigerlei gedeelte , uitgezonderd ha-ren Voetsteun en hoogte, en de Persingop den Voetsteun dezelfde blijven. HareHoeveelheid van Stof kan 1000 maal groo-ter, of icoo maal kleiner zijn , Les VII.No. 17 en 18. bladz. 127 en volg. Ik weetwel, dat men hier op zal antwoorden, datdit alleen plaats heeft in gelijksoortige [ho-mogeneous J Vloeistoffen, maar dat het ge-val hetzelfde niet is in ongelijksoortige\beterogeneous~\ Vloeistoffen , gelijk deLugt. Maar wanneer een Vloeistof traps-gewijs vermindert in Dikte [Denfit[ y] ge-lijk geschiedt in zuivere bestendige Lugt,is het geval hetzelfde : want tenzij de wol-ken, dampen en uitwasemingen ingelijfdzijn met den Dampkring, moeten ze nietop de Schaal van Dikte [Denfity'] gesteldworden. Terwijl de Lugt naar benedenkan persen tuffen de wolken, kan men al-lerlei gedeelte van de aarde aanmerken,als geperst door een Kolom van Lugt , inDikte [Density] eenpariglijk afnemendevan den grond af tot den top van denDampkring, welke (schoon hij onbepaald
zij om de ongevoeliglijk afnemende Dik-te van de Lugt) wel aangemerkt mag wor-den, als 60 [Engelse] Mijlen hoog, even-veel wegende, als een Kolom van Lugt,van dezelfde Dikte, als die we gemeene-lijk inademen , en tullen de vijf en zesMijlen hoog. Indien 'er een doorgaandekap van wolken was , die een grootenstreek gronds bedekte, gelijk we de wolkK (Plaat XXXIV. Fig. 9.) ondersteldhebben , zou 'er eenige kleine verande-ring in de Schaal van Dikte van de Lugtzijn konnen. De tegenwoordigheid ofafwezigheid van de wolken maakt gcencverandering in de Waterwegers Wonder-stelling met betrekking tot den Damp-kring, terwijl ze op dezelfde plaats zijn,en indien ’t haar mogelijk was op hareplaatsen te blijven, en van verschillendefoortonderfcheidende Zwaartens te zijn *zouden ze alleenlijk zooveel Lugt uitslui-ten , als evengelijk wasaan haar Volumen :want allerlei Hoeveelheid van Lugt, opwat wijs ook hellende, indien ze hoog ge-noeg is, en vrijelijk tot den Voetsteunkomt , welkes Persing we beschouwen,zal dezelfde Persing geven. Dus is hetmis, dat men in wolkig Weer zegt, datde Lugt beladen is met dampen : want dedampen, of wolken, die 'er van gemaaktworden, sluiten maar zooveel Lugt uit,als de plaats beslaan zou , die zij inheb-ben: want indien ze met de Lugt inge-lijfd , en de waterige deeltjes tussen der-zelver tuslênwijdtens ingemengd waren ,zou de geheele Lugt meer persen , en deKwik zou het door haar rijzen in de Ba-rometer aantonnen, hetwelk strijdig ismet de Waarneming, rijzende de Kwikallermeest, wanneer de Lugt helderst is.
Laat CD (Plaat 'XXXIV. Fig. 10.)een gedeelte zijn van de Oppervlakte vande aarde, en ACDB een Kolom van denDampkring, zijnde van onderen dikst van1 Stof, en trapsgewijs ijler wordende van C D
tot