Wind - roer.
493
een gat loopt, welk gat in den stand, stier afgebeeld, een gedeelte xi.maakt van den Loop KK, zijnde net van dezelfde wijdte ; zoodat deLugt, die bij elke opening van ’t Klapje V wordt ingelaten , agterdeze Kraan kome, en ’er den Kogel uitnemende stem voorwaarts voe-re, en dus uit den Tromp van ’t Roer. Om ’er een anderen Kogel inte brengen, om I op te volgen (hetwelk in een oogenblik geschiedt)brengt men de rolronde holligheid van ’t Huisje van de Kraan, die tevoren een gedeelte uitmaakte van den Loop K K K in den stand zT,zoodat het gedeelte I in k zij. Wanneer men dan het Roer op denschouder houdt met den Loop naar beneden en ’t Magazijn naar bo-ven , zal ’er één Kogel, die digtst aan de Kraan is, uit het Magazijndaar invallen, maar m deze rolronde holligheid niet verder gaan, dande twee stukjes s, gelijk toppen van vingers met teere Veertjes daaragter toelaten. Door dit middel komt ’er maar één Kogel te gelijk in ;en het Huisje van de Kraan met den Kogel, tot zijne vorige plaatsomgedraaid zijnde, zal den Kogel brengen in I, om bij de naasteopening van ’t Klapje afgelchoten te worden, latende de overige Ko-gels in ’t Magazijn blijven. De twee Cirkels 2,2,2 verbeelden hetKraan-gat, waar in het gemelde Huisje draait om een As, hier nietafgebeeld, maar zigtbaar in Figuur 4. Dees As is een vierkant stuk Pi.xlii.Staal, waar aan komt het vierkante gat van ’t Staal H, waar door Ftg ' 4 '(wanneer het neer gebragt wordt, om de Pan van ’t Roer te fluiten)de gemelde rolronde holligheid gedraaid wordt, dat ze open sta voor’t Magazijn, waar uit ze een Kogel krijgt in I, wanneer het Maga-zijn b b enz. naar boven wordt gehouden. Het Staal dan openende,gelijk in Figuur 5., wordt de Kogel op zijne regte plaats gebragt bijhet Schiet-klapje, en de rolronde holligheid van ’t Huisje van de KAanmaakt weer een gedeelte uit van den binnensten Loop KKK. NB. Fi-guur 4. en 5. zijn half zoo groot , als de Jlukken , die ze verbeelden.
We komen nu tot de beschouwing van ’t Klapje en de manier vanhetrte openen,om ’tRoer af te schieten. Het Klapje bestaat uit een stukgeel Koper, welkes onderend een geknotte Kegel is, sluitende in ’t gatLV (Tig. 3.). Opdat het dit te beter doen zou, wordt ’er bereid Leer p lg ,om dit Klapje gewonden, aan welkes boven-end een steel is, welke
f aat door het end N van een zeer lange stalen Veer van ontrent 18)uim NN, en aan dat end met een Schroef vast gemaakt wordt. HetYaste punt, of Beweegpunt van die stalen Veer is tuffen de twee Loo r
QAS 3 pen.