5io Verscheiden Waarnemingen ontrent de Lugt.
xi. Les. ontrent hij vele Proeven heeft genomen. Zie in dat Werk §. 892' en volg.
Baar is een Verschijnsel Hwelk onlangs gebeurd is; maar dewijlhet een geval in de Medicijnen is , dagt ik bet niet te melden. Dewijlhet evenwel betrekking heeft tot de Longe enz. ben ik door eenige Vrien-den verzogt het hier in te voegen , dewijl het ook een natuurkundigebeschouwing is. Ik zal het dan hier laten volgen. Zoo lang mij heugt,heeft hét branden van een zwavelhok om een kaars te ontsteken mijaltijd een aangename aandoening gegeven, gelijk ook de reuk van aan-gestoken Buskruid mij altijd zeer aangenaam geweest is, schoon hetbeide voor vele meniën zeer onaangenaam zij. Ik denk, dat de oor-zaak daar van is, dat de Blaasjes van mijne Longe of grooter, of datde doortogten in dezelven wijder zijn, dan de Blaasjes in de Longe■ van meniën, die deze reuken niet verdragen konnen, en dat brokjes[ Molecula ] uit deeltjes van Zwavel en Lugt bestaande, zoo groot nietzijn, dat ze buiten de Blaasjes van mijne Longe gestoten worden, al-waar ze blijven, totdat een gedeelte van dezelven zig met het bloedvereenige, en de overigen weer weggaan in de Uitademing. Nietlang gebeden met een ongemak van Amborftigheid gekweld zijnde naeen zeer strenge koude, neb ik het branden van een zwavelstok pijne-lijk en zeer hinderlijk gevonden, schoon op den afstand van vijf of zesTards aangestoken. Ik vreesde, dat 'er eenige groote verandering inmijne Longe was, die dit veroorzaakte ; maar Dr. Thomas Thompson( Lijf- arts van zijne koninklijke Hoogheid den Prins van Walles Huis-gezin) zei mij, dat mijne Longe niet veranderd was, maar dat ’ereen stijve en taje Slijm zat op de Longepijpjes [ Bronchite ] die eenigedoortogten in de Blaasjes stopte, en andere vernaaude (gelijk Slijmin de Darmen de Monden der Melkvaten somtijds verstopt) en dat hijdoor ’t wegnemen van dat Slijm mijne Longe van dat ongemak zougenezen. Ook vind ik door ’t gebruik van zijne geneesmiddelen mijvan.de Amborstigheid geheel hersteld, en ( daar ik dit voornamenlijkom gemeld heb) de reuk van brandende zwavelstokken geeft mij nuweer dezelfde aangename aandoening, die ze mij al mijn leven gege-ven had.
Aan-j