7<S Werktuig van Mr. G E R V E S.
C is een Waterbak tien Voet beneden B» alwaar het overtolligeWater afgeleid wordt door D.
D is een Riool.
E is een platte grond van het gebou volgens een Voetmaat van 8Voet op een Duim.
F G is een Doorsnijding van 't huis, geboud over den put, of Wa-terbak, geteekend volgens een Voetmaat van 4 Voet op een Duim,met drie verdiepingen.
H,I,K, zijn drie Zolderingen om het Werktuig gemakkelijker testellen.
LMN is een Raam van Balken op de bovenste Zoldering, in wel-ken Raam het gaande Werk hangt. Daar is in de Teekening een ge-deelte afgebroken, om het Werk te vertonnen. Dwers in dien Raamlegt O.
O is een leggende As, vierdalve Voet lang, drajende op twee Halzenin metalen Pannen. Aan dezen As steken de drie volgende Raderen;
P een Kad van twee Voet Middellijn gewangd, welkes Veiling 5Duim breed is, en met ijzer heilagen ;
QJiet grootste Rad van 6 Voet Middellijn, hangende tegen het an-dere, anderhalven Duim breed op de Veiling en gewangd. Deze ma-ken een 8chroef-lijn van twee Duim afwijking ;
R een Rad van z Voet en 10 Duim Middellijn, vast gemaakt opzijde tegen de Spaken van het Rad Q_, ook met Wangen. Deze ma-ken een Schroeflijn van | Duim afwijking.
Aan het Rad P is een Ketting gehegt, plat en zeer buigzaam ge-maakt , die , nadat ze eens om ’t Rad gegaan is, zig in tween ver-deelt , om aan elke zijde één enkel gedeelte te hebben, om het ka wenen schuren te beletten, en om net regtstandig te blij ven.
S 8. Aan deze Ketting hangt S 8, een lange ijzeren Stang, aan wel-kes onder-end hangt de groote Emmer d.
Aan het Rad d is een kleiner Ketting gehegt, plat gemaakt, gelijk deandere; en wanneer dit Rad ééne om wenteling gedaan heeft van de flin-ker naar de regter hand, neemt de schroefgewijze Veiling dat gedeeltevan de Ketting op, het welk tussen T en 'F2 is. Aan het onderstegedeelte van de Ketting, van T2 tot Tj, zijn dweriè staafjes, dieop den kant van de Wangen vallen in Inkepingen , die met ijzer zijnheilagen, het welk door behulp van de Schroeflijn niet alleen dit ge-