Band 
Derde deel.
JPEG-Download
 

102

Beschrijving van he4 VUURTUIG.

toonen de Schroeven en Moertjes aan den boven-kant, die hem aande Buis houden, aan welker onder-kant hij digt sluit met een ring vanLood tuffen beide. E is de Pijp,die naar de Opfnuif-klap gaat. F gaatnaar de Uitlei-pijp, en G naar den Ketel. H is een niewe verbeteringom den Ketel te béter met Water aan te voeren. Dit geschiedt op devolgende wijs.

17. Men heeft gevonden, dat het dienstiger is den Ketel aan te voe-ren met warm Water, dat boven van den Zuiger komt, dan met koudWater, 5 t welk het koken te veel 2011 verhinderen, en maken, dat menmeer vuur noodig had ; maar nadat het Werktuig eenige járen ingebruik geweest is , heest iemand, die belang had in één der Werktuigen,waarnemende, dat het ingeipeuite Water, wanneer het uit de Uitlei-pijp kwam, fchroejend heet was, terwijl het Water, van den top vanden Zuiger komende, maar leuk warm was, bedagt, dat bet een grootvoordeel zou geven, dat men den Ketel aan voerde met Water uit deUitlei-pijp, of het ingespeuite Water, en hij heeft het op de volgendewijs werkstellig gemaakt, het welk een Slag of twee voordeel gaf aan*t Werktuig.

Aan een korte Pijp onder den bodem van de Buis, voegde hij dez. looden Pijp II ( Fig . 8). wat langer, dan een Voet, opgebogen in I,met een Klap op I, om te belasten met 2 Pond Lood op een Duim.Even onder den Klap maakte hij een Pijp van gemeenschap in de Aan-voer-pijp , 2oodat de Ketel op elke Inlating van den Stoom gevoedof aangevuld werd.

Hier zou een Natuurkundige konnen vragen, hoe de Stoom (die 200sterk moet zijn, indien niet sterker, op de Oppervlakte van "’t Water inden Ketel, als de Oppervlakte van het ingeipeuite Water, dat op denbodem van de Buis staat) kan wijken, om eenig Water in den Ketelte laten komen door de Aanvoer-pijp door de Persing van den Stoomin de Buis ? Hier op kan men antwoorden, dat, indien de Stoom opbeide deze Opper-vlaktens even sterk perst, als Stoom , men bij deszelfs Persing op het Uitlei-water voegen moet de hoogte van een Ko-lom van Water b H met de hoogte in de Aanvoer-pijp van I tot de Op-pervlakte van het Water in den Ketel, en dan heeft men Kragts ge-noeg, om den Ketel aan te voeren.

1$. Om