i;o BR ANDSFEUÍT van Mr. NE WSÏIAM.
een verfchikking ondergaan, die met het uitnemen op één uitkomt,eer zulk een Brandipeuit door een nawen doortogt gevoerd kan wor-den.
VIII. Opdat het volk het werk eeq langen tijd zonder ruften zqukonnen uithouden, heeft hij gerijfelijkheden verzonnen, om veel volkte doen werken aan zijne Brandfpeuiten van de 3de, 4de, fde en 6degrootte, die ook hunne uitvoering vermeerderen. Dus kan 'er aanzijne grootste (schoon geen negen Voet lang) 24. man met even grootvermogen en voordeel met handen en voeten te gelijk werken, of naarwelgevallen 18 man met de handen alleen, en plaats overlaten, om zesemmeren Water te gelijk in te gieten, dat door groote geelkoperenRoosteren loopt. Deze gerijfelijkheid is volstrekt noodzakelijk, wan-neer men geene Zuiging kan bekomen, maar ontbreekt geheel en alin Werktuigen, die aan de enden van de Waterbakken bewerkt wor-den, omdat ze geene plaats over konnen laten, om Water in te gie-ten, terwijl een genoegzaam getal van manschap staat te pompen.
IX. De Zuigers van zijne Brandlpeuiten maken door toestel van eenRad en geklonken Kettingen (sterk genoeg om driemaal zoo veel ge-weld te weerstaan , als 'er ooit aan te pas kan komen J een regtftgmdi-gen Slag, die een gelijker en digter Stroom voortbrengt, en oorzaakis, dat 'er meer Water naar het end voortgestuwd wordt, en minderSchuring en ilijting der Zuigers veroorzaakt. Door middel van dezeregtstandige Beweging (met de zelfde lengte van Slag in den zelfdentijd en met een gelijk Vermogen aan zijne Brandlpeuiten aangevoegd,als aan die, welker Zuigers niet regtstandig bewegen) maakt hij eenlanger en voordeeliger Slag; maar de Ligters in andere Werktuigen,die de Beweging aan der zelver Zuigers geven, een Boog beschrij-vende, doen hen in de Staande-stukken met een ongelijke Snelheid be-wegen, zijnde snelst en moejelijkst te bewerken in het midden van denSlag, net ter plaatse, daar het volk het geringste werkende Vermogenkan aanvoegen.
X. Zijne grootste Brandfpeuiten konnen door middel van Zuiginghaar werk doen met negen of tiqn man in een doortogt, die maar vier-dalve Voet wijd is, of met zeven of agt man, en plaats overlaten, omWater in te gieten met drie Emmeren te gelijk, het welk geen vanbeide gedaan kan worden met Brand-fpeuiten, die aan de enden vande Waterbakken bewerkt worden, omdat der zelver Zuig-pijpen aan