Aanmerking ö^WINDMOLE*NS. i y5
afstand grooter zijn, dan de regtstandige', omdat in zulk een gevalde Weerstand van deLugt Qweike is , gelijk het Vierkant van de Snel-heid) veel minder is tegen den waterpassen Straal, gelijk blijkt, om-dat het Water dan aan het end niet verwijdert, gelijk het doet, wan-neer men grooter Vermogen gebruikt. Dit is mijn nedrig gevoelen,het welk ik de Liefhebberen voorstel; maar indien ik het mis heb inmijne oplossing, is de gebeurtenis evenwel waar. Dergelijk Verschijn-sel is door veie Proeven genoegzaam bewezen.
RICHARD NEWSHAM.
Mogelijk zal de Lezer zig verwonderen, dat ík ín de beschrijvingvan zoo groote verscheidenheid van Werktuigen geen berigt geef vanWindmolens, maar ik heb het niet willen doen, omdat de voornaam-ste zaak in de zelven ontbreekt, dat is, een manier om haar het Hoorneenpariglijk te doen malen, wanneer de Wind schielijk verandert: wantsomtijds wordt van het Hoorn naauüjks te kneuzen de Beweging zoovermeerderd, en de Steenen gaan zoo schielijk, dat het Meel gantsheet en bedurven wordt. Het verminderen van de Zeilen wordt danwel in ’t werk gesteld ; maar dat kan niet altijd schielijk genoeg ge-daan worden om het schielijke opsteken van den wind. Men zou eentoestel konnen maken, om de Molen meer werk te geven, ’t welk zevan zelf zou konnen opnemen, wanneer de Wind schielijk opstak, en■weer laten schieten, wanneer de Wind verstapte. Ik heb niet gehoord,dat iemand zig nog van zulk en toestel bediend heeft. Ik vertrou, dathet gedaan zou konnen worden, en ik heb het al over de twintig járenvoorgehad, maar ben door andere bezigheden belet geworden ; maarik hoop het nog den éénen, of den anderen tijd, te doen, indien iknog wat in ’t leven blijf. Ondertussen konnen die genen, die zig tevreden houden met geen voordeel te doen met de schielijke toenemingvan de Snelheid van den Wind, en maar verlangen, om voor onge-mak bevrijd te zijn, zig bedienen van een grooten Wind-vleugel,omde Lugt te staan, omdrajende door middel van een klein Rondsel, ge- ’lijk in de Hei van Mr. Vauloue , hier voor bladz. 8. beschreven is. Omevenwel van dit onderwerp in ’t geheel niet te zwijgen, zal ik de vol-gende Waarnemingen opgeven uit de Architeílure Hydraulique vanden Heer Belidor> II. Deel z. Boek, bladz. 35-, 38, 40 en 42.
III. Deel. V 35. Wind