Band 
Derde deel.
JPEG-Download
 

P L.XXIII.Fi : . p.

Fig. io.en 11.

Fig. m.

Fig. io.

204 Scheiding van Ligtjlraìen. '

naastenbij evengelijk was aan de Middellijn van het ronde Beeld vande Zon, gevangen op een papier op den zelfden afstand van het gat,die hier 18 Voet was. Indien de Zon te hoog is, zal een Spiegel ,in de plaats van ’t Prisma gesteld zijnde, een wit rond Tooverbeeldop het papier werpen, het welk, gehouden zijnde op den gemeldenafstand van 18 Voet, een Middellijn zal hebben, even gelijk aan debreedte van het gekoleurde Tooverbeeld.

De Kolèuren van het Tooverbeeld waren deze, Rood, Oranje,Geel, Groen, Blaau, Purper en Violet, schoon het Violet hier zoo.staan waar , dat men liet naaulijks zien kon. Zie Figuur 9

N. B. De As van ’t Prisma in deze en alle andere Proeven, hieragter te melden, moet een regten Hoek maken met den Straal, die'er op valt, en de Vlakte, waar in de Straal gaat, moet in zul kenstand gehouden worden, dat de Hoek, welken zulk een Straal maaktmet die Vlakte, wanneer hij 'er ingaat, evengelyk zij aan den Hoek,die gemaakt wordt door de middelste Lijn van de Stralen, die uit hetPrisma komen na de Straalbreking aan de andere zijde van den Hoekvan Breking van het Prisma, met de Vlakte, waar uit ze uitkomen,dat is, de Hoek BDG moet zijn—A LH.

Indien de Vlakte AC, waar op de Bondel Zonnestralen valt, naderaan een regten Hoek met den Bondel Zonnestralen gedraaid wordt,dan te voren, zal het Tooverbeeld veel langer zijn. Indien ze meerhelt naar den Bondel Zonnestralen, zal het Tooverbeeld korter, enin beide de gevallen min duidelijk zijn. Zie het Tooverbeeld D L ende in Fig. 10 en 11, alwaar H en h het gat in ’t vensterluik verbeeldtin elk geval, AC en a c de Vlakte van het Prisma, waarin de Stralenschieten, BC en bc de Vlakte, waar uit ze schieten, Pen p de Lood-lijn, en C en c den Hoek van Breking.

Indien de Vlakte A C (PlaatXXlll.Fig. 12.)noggrooterscheuin-te maakt met HF, zal al het Ligt te rug gekaatst worden, en daarzal in ’t geheel geen gekoleurd Beeld of Tooverbeeld gemaakt wordendoor Straalbreking.

Maar indien men de Vlakte A C (Fig. 1 o.) zoodanig houdt, dat zenog meer ten naastenbij een regten Hoek make met den Bondel Zon-nestralen , dan deze Figuur , zal de geheele Bondel wel in het Prismaschieten ; maar de onderste Oppervlakte B C van het Prisma, of lieverde Lugt, die 'er aanraakt, ontmoetende, zal een gedeelte van het

Ligt