Proef ontrent de Breekbaarheid van Lìgtjlraìcn. riz
n eneigen As hebben, en ("door hunne Toeichieting op het Netvliesna de Straalbreking in ’t Oog) het Beeld yan ’c gemelde Puntreekenen op het midden van ’t Netvlies van elk Oog, alwaar deGezigt-as in elk Oog valt.
III. BEPALING.
. Zien zonder kijken is de Gezigt-assen rigten naar eenige andere plaats,
dan naar het Punt, het welk dan gezien wordt; en in zulk een gevalzal het Beeld van liet gezien Punt geteekend worden op een gedeeltevanlietNet-vlies van elk Oog, alwaar de Gezigt-as niet valt, namen-lijk of digter naar den neus N gelijk in Figuur 7. in de Punten van xj P £•'het Netvlies, gemerkt «, n, of verder van den neus, dan het mid-^^den van ’t Netvlies, gelijk in 0, 0 in Figuur 10. Hg.io,.
Al wat gezien wordt met 'er op te kijken met beide deOogen, ver-toont zig altijd enkel uit hoofde van de gemeenschap tuisen het mid-den van ’t Netvlies in 't ééne Oog en ’t midden van ’t Netvlies in hetandere Oog ; maar daar is geene zulke gemeenschap tussen eenig an-der gedeelte van het Netvlies in ’t ééne Oog en het overeenkomstigegedeelte van ’t Netvlies in het andere Oog , wanneer deze over-eenkomstige gedeeltens even ver af zijn van den neus.
Daar is wel een gemeenschap tuffen de zenuwagtïge Vezeldra -den aan de r egt er zijde van ’/ Netvlies van het ééne Oog en dezenuw agtige Vezeldraden aan de r egt er zijde van V Netvlies vanhet andere Oog, en dus ook tuffen die aan de linker zijde ; maargeen enkel voorwerp kan zoo gejchilderd worden in elk Oog, datdes zelfs Beeld aan het r egt er of linker gedeelte van één Net-vlies , het welk gemeenschap heeft met het regter of linker ge-deelte van het andere, van de zelfde grootte zij , en op den zelf-den tijd plaats hebbe in het andere, omdat het voorwerp-, in watfand het zijn mag, nader zijn moet aan het ééne Oog , dan aanhet andere, uitgezonderd wanneer het juist in een Lijn is, die zigvan den neus tuffen de twee Oogen regt voorwaarts uitfirekt.
Hier komt het van daan, dat, indien ’er twee kaarsen voor íemandgezet worden, de één op den afstand yan ééne Voet, en de andereop den afstand van twee Voet van de Oogen, hij, die op de tweedekaars kijkt in B (Plaat XXIV. Fig. ïo.j de zelve enkel zien zal,maar & g . I0 .
Dd 3 . de