P L.XX Ví.Fìg. 6.
Fig. 7.
234 Troeven ontrent de Breekbaarheid van Ligtstralen .
zijnde op den afstand van vijfVoet door het Prisma 1 , vertoonde hetzig, als geteekend in rb. Het Prisma, verplaatst zijnde tot 2 op denafstand van tien Voet, vertoonde het papier, als in r 2, b 2. Het Pris-ma in 3 zijnde (op den afstand van vijftien Voet) vertoonde het pa-pier zig, als in r 3, b z. In deze drie gevallen vertoonde het Blaaubí bii b$ zig lager, aan het Rood r, n, r z, terwijl de Preek-boek van het Prisma naar beneden werd gehouden. Wanneer deBreek-hoek naar boven werd gehouden, gelijk in 5 , was het Blaaub 5 hooger, dan het Rood r 5 ; maar indien men geen behoorlijke zorgdraagt in het drajen van ’t Prisma, kan men ligtelijk een Terugkaat-sing verkeerdelijk voor een Breking nemen, gelijk in 4, en dan zalhet Rood en Blaau waarlijk even hoog zijn, gelijk in T. Dit moetSignior Rizzettss misslag geweest zijn, wanneer hij (bladz. z 8.) zegt,dat de ééne Koleur twee Lijnen hooger was, dan de andere, op denafstand van tien Voet, maar in ’t geheel niet op vijf Voet: wantverscheiden personen , die bij mijne Proeven tegenwoordig waren,begingen in ’t eerst den zelfden misslag , eer ze de Proef op degemelde wijs konden nemen, hetwelk zeeindelijk deden, en von-den de Koleuren meest gescheiden op den grootsten, en minst op denkleinsten afstand. Deze mistasting van een Terugkaatsing voor eenBreking is de gelegenheid geweest van vele andere misslagen enzwarigheden, die men in Signior Rizzettss Boek ontmoet.
III. PROEF.
Een kaars K ( 'Blaat XXVI. Fig. 6.) te rug gekaatst van de Op-pervlakte A B van ’t Prisma ABC, vertoonde zig aan het Oog,in E geplaatst, zeer flaau, als een zwak Beeld in k , omdat van deStralen, die in I vallen, de meesten door het Prisma schieten, envoortgaan naar R , van elkander scheidende naar hunne verschil-lende Graden van Breekbaarheid, terwijl eenige weinigen van dezelven te rug gekaatst worden naar het Oog in den Streek IE.
Maar indien het Prisma gehouden wordt in den stand ACB(f/^iXXVI. Fig. 7.) worden de meeste Stralen van de kaars K , vallendein 1 op de Vlakte A B (nadat ze loodregt door de Vlakte BC gegaanzijn) te rug gekaatst; en loodregt door AC gaande, komen ze inhet Oog in E, het welk een zeer sterk Beeld van de kaars ziet in k ,
ter-